Maandelijks archief: september 2011

Lieverd (Ted van Lieshout)

Standaard

Lieverd moet naar zijn kamer gaan.
Moeder wil even ernstig praten
met het bezoek, met de deuren dicht,
met lieverd uit de weg. Lieverd
klompt de trap voor de helft op
en dan af, sluipt naar het sleutelgat –

ik mag alles weten van mezelf, maar
wat is ongeoorloofd schoolverzuim?
Wat zijn concentratiestoornissen? –

Op tenen sluipt lieverd naar boven
Lieverd zoekt in mams slaapkamer wel
naar een geheim dat hij begrijpt

(bron: Och, ik elleboog me er wel doorheen/Leopold)

Advertenties

Gepest (André Sollie)

Standaard

Tegen ’t raam van de veranda
met mijn neus, mijn wangen nat.
Wéér gepest op school. Eerst Johan,
dan de hele klas zowat.

Ik was boos, wat zeg ik, woedend!
Maar ik zei niks. Kon ik maar!
En weer thuis, toen dacht ik stiekem:
Kreng! En pestkop! Leugenaar!

Ik kijk zomaar wat de tuin in.
Kouwe biefstuk op mijn bord.
Ja, hier sta ik dan, zo droevig,
dat het bijna prettig wordt.

(bron: Soms, dan heb ik flink de pest in/Houtekiet)

Leerling (Anton Korteweg)

Standaard

Iedere ochtend gaat hij trouw naar school,
door weer en wind, van kilometers ver
– moe heeft z’n brood gesmeerd, hem uitgezwaaid -.
Hij zet z’n fiets weg en haast zich gedwee
naar het lokaal. Gaat zitten. Dan ’t gebed:

Dat ze vandaag maar weer kracht-van-omhoog
ontvangen mogen en hun werk met ijver
volbrengen. Amen. Dan begint de les.

Zo gaat dat alle dagen door. Hij leert
en leert en leert, en doet goed z’n best.
En later zal hij veel verdienen en vanuit
de hoogte neerzien op het ouderlijke nest.

(bron: De stormwind van zijn hand/Athenaeum)

Boosheid (Toon Tellegen)

Standaard

Boosheid is een stof.
Is een stof, is een stof.
Boosheid is een stof, is een stof, is een millimeter
stof,
is een vingerhoedje stof,
is een kruimeltje, een krabbeltje, een krekeltje
van stof,
is een stof, is een stof,
is een krasje, is een stof, is een sprankje, is een stof,
is een kreukelige kronkelige kriebelige stof,
is een stof, is een stof.
Boosheid is een stof, is een stof,
is een stofje
en is weg.

(bron: Gedichten 1977-1999/Querido)

Kus (Thera Coppens)

Standaard

Laatst zag ik er weer twee
ze kusten elkaar op de teevee
zij deed haar hoofd achterover
en zijn lippen raakten haar mond
het duurde heel lang
en je kon wel zien
hoe fijn ze het vond.

Er kwam toen een zucht
en ze opende haar ogen
dromerig en langzaam
ik vraag me af
hoe vrijen en zoenen
later met mij zal gaan?

Net ben ik voor de spiegel gaan staan
en ik heb het precies zo nagedaan
ik weet wat je met je lippen doet
en hoe je je hoofd dan houdt…

maar het glas was zo koud.

(bron: Trappen om vooruit te komen/Holland)

Sprookje (Paul Snoek)

Standaard

Toen ik klein was
met jong mooi haar
bouwde ik ergens
een kaartenhuis
in een dal
onder de wind

de muren waren ruiten
het dak was van klaver
en voor de deur
stond hartenvrouw

maar nooit
in mijn sprookje
vond Sneeuwwitje
een prins
die bleef.

(bron: Verzamelde gedichten/Manteau)

Tas (Remco Ekkers)

Standaard

Liep ik met mijn grote tas
alle boeken, niks vergeten
te zeulen in die nieuwe school.
Waar moest ik naar toe?

De jongens en meisjes uit de vijfde
stonden gewoon bij elkaar.
Zou ik later ook met jongens
praten en lachen en staan?

Stonden ze bij mijn fiets te vrijen
durfde ik niks te zeggen.
Wachten tot ze klaar waren
mijn zware tas op de grond.

(bron: Praten met een reiger/Leopold)

Natuurlijk (Hans Warren)

Standaard

Natuurlijk moest die jongen in het duin
merken dat ik intens naar hem keek.
Natuurlijk kwam hij toen vlak langs me
met veel overbodige bewegingen
hoewel hij me zogezegd niet zag.
Natuurlijk begon hij een lenteballet
met een vriendje en een bal,
natuurlijk streek hij veel te meisjesachtig
telkens door zijn erg lange haar
en keek daarbij eens om,
flitsend gebit in duister gezicht.
Natuurlijk lag hij later
loom kauwend op een helmspriet
in dat aandoenlijke verschoten badbroekje
helemaal alleen in een warme duinpan.
Natuurlijk ging ik zacht en ongemerkt weg
en natuurlijk heb ik daar de hele dag spijt van.

(bron: Verzamelde gedichten 1941-1981/Bert Bakker)

Staartdelingen (Edward van de Vendel)

Standaard

Op het klimrek kan ik
de borstwaarts om,
maar staartdelen
wil me niet lukken.

Ik durf aan de rekstok
de molendraai, maar
juf legt iets uit
en ik duizel.

Vaak krijg ik de sommen
niet in mijn kop.
Soms denk ik:
Nu!
De Dodenzwaai!
Met Afsprong!
en ik steek mijn vinger op.

Met dank aan Edward van de Vendel voor zijn toestemming.

(bron: Betrap me/Querido)

De rol

Standaard

De meest ondankbare positie in ons gezinnetje
is toch wel voor ons zachte vriendinnetje.
En daarmee bedoel ik het kokertje in de wc,
dat heel haar korte leven zo gewillig en gedwee
-in haar rol van toiletpapierrolletje-
vol toewijding besteedt aan menig drolletje.

Elke dag wordt haar een laagje kleding ontnomen
totdat men bij het laatste velletje is aangekomen.
Dan hangt zij daar helemaal ontkleed en naakt,
wordt voor de laatste keer aangeraakt:
door een hand die over haar noodlot zal beslissen.
voorlopig blijft zij nog even in het ongewisse:
want niemand heeft haar meer nodig voor het plasje
misschien mag zij nog mee naar het kleuterklasje?

Paraplu (Rob Chrispijn)

Standaard

Ik heb een zwarte paraplu
die een hekel heeft aan regen.
Bij de eerste druppels: sodeju
stribbelt hij al tegen.

Ik trek, ik duw, ik geef een ruk
dat ding wil maar niet open.
Ik heb vandaag niet veel geluk,
ik moet door de regen lopen.

Ik heb een zwarte paraplu
die bij een bui begint te dreinen,
maar vrolijk opengaat als nu
de zon opeens zou schijnen.

Hij wil geen paraplu meer zijn
want dat is niemand voor zijn lol.
Mijn plu is gek op zonneschijn,
hij is in zijn hart een parasol.

(bron: Sesamstraat 1993)