Maandelijks archief: januari 2012

Nacht (Gil vander Heyden)

Standaard

De maan boven
en onder het water.

We horen hoe wind
met takkenvingers
licht wil scheppen.

Over de buik van het bos
draaft op vier poten
een dier. We zien het niet.

Met dank aan Gil!

Advertenties

Avond (Rie Cramer)

Standaard

De lamp is aan en suizelt zacht,
Dicht zijn de gebloemde gordijnen.
Maar voor ik door moesje naar bed wordt gebracht,
Mag ik eventjes kijken, want nu is het nacht,
En de sterretjes blinken en schijnen.

Ze zijn zo hoog, en ver, en klein,
Je kunt ze niet tellen zovelen –
Ze staan in een kring om de zilveren maan,
En blijven er altijd een eindje vandaan,
Ze mogen er nooit mee spelen.

(bron: Het bloemenhuis/Utrecht)

De vloot (Gaston Durnez)

Standaard

Er woonde eens te Temse,
een witte Turkse kat,
die daar bij brave mensen,
haar kost en inwoon had.
Zij werkte op de werven
en moest er elke boot,
die pas voltooid was, verven
naar keus in geel of rood.
Een borstel was niet nodig,
zijn nam daarvoor haar staart
waarvan de bazen zeiden,
hij is de beste waard.
Blij hing zij daar te strijken,
bevestigd aan een koord,
wijl Temse stond te kijken
bang aan de Scheldeboord.
Men zei, zij zal wel vallen,
en ijsde bij ’t idee.
Maar poesje liet ze brallen
het werk viel immers mee.
zij verfde en zij verfde,
zo echte schilders doen,
en ging met roem beladen,
tenslotte met pensioen.
Zo heeft men nu te Temse,
’t is enig op dees aard,
een ganse vloot van schepen
geverfd met een kattestaart.

De krekel en de mier (Gaston Durnez)

Standaard

Jan de krekel
had een hekel
aan het werk bij zomerdag.
En hij zong maar en hij sprong maar
en vergat zijn oude dag.

Maar wat later stond zijn snater
’t was toen winter…stil en stijf.
En ’t gebeurde dat hij treurde
zonder eten in zijn lijf.

’t Werd vernomen door een vrome
mier, die hem wel lijden mocht.
En die eten ongeweten
in haar magazijnen zocht.

Hier, zo zei ze, wil niet grijnzen
heb niet langer nog verdriet.
Lafontaine en de zijnen
zijn lang dood…ze weten ’t niet.

De kikker en het fluitje (Jules de Corte)

Standaard

een kikker op een kluitje
vond op een mooie zomerdag
een heel lief houten fluitje
dat zomaar in het water lag.

de kikker heeft geblazen
van hier naar daar,
naar amsterdam
en ’t zal je niet verbazen
dat er een boel muziek uit kwam.

nu zit ie weer op zijn kluitje
en heeft het reuze naar de zin,
dat leuke kleine fluitje,
daar zitten wel duizend wijsjes in.

(bron: Het locomotiefje en andere verhalen – Godfried Bomans/Hilversum)

Vakantieliefde (Sjoerd Kuyper)

Standaard

Ik kreeg vandaag een brief.
Dat maakte me zo blij.
Maar ’t was een korte brief:
ze houdt niet meer van mij.

Ze stuurde ook de foto
met de accordeon.
Ik lachte op die foto,
ik weet niet meer waarom.

Ik houd nog steeds van haar,
ik wil graag met haar blijven.
Maar ’t was zo’n korte brief…
Ik durf haar niet te schrijven.

Het was zo’n korte brief.
Ik tel de woorden: tien.
‘k Verbrandde haar adres.
Ik zal haar nooit meer zien.

Ik kreeg vandaag een brief:
de zomer is voorbij.
Het was zo’n korte brief:
ze houdt niet meer van mij.

(bron: Fanfare/Amsterdam)

De tijd (Arend van Dam)

Standaard

Waarom moeten hele uren
twee halve uren duren?
Waarom begint er na een dag,
als je een nacht lang wacht,
een nieuwe dag?
Wat is er nou voor aardigheid
aan het tellen van de tijd?
Eén uur.
Halftwee.
Maandag.
Dinsdag.
Ik doe niet langer mee.
Maart.
April.
Zomer.
Winter.
Ik doe wat ik wil.
Mijn tijd raakt nooit meer op.
Ik zet gewoon de wijzers stop.
Etenstijd?
Bedtijd?
Tijd om op te staan?
Ik trek de stekker
uit de wekker.
Ik hoor geen klok meer slaan.
Ik maak een einde aan de strijd.
Ik ga zwemmen in de tijd.

(bron: Een heel jaar zes/Houten)

Pac-Mans queeste (Sieger M.G.)

Standaard

Mijn hoofd is een labyrint met gangen
maar gelukkig kan ik om de hoeken
kijken en alles overzien, met happen.

‘Slechts de goden kunnen onsterflijk
zijn’, hoorde ik iemand eens zeggen.
Maar ik geloof het niet, wanneer ik
versnel en muziek blijft repeteren,

wil ik zoenen met spoken,
lopen naar een hoger level,
mijn eeuwige honger stillen.

In niveau error wellicht de eeuwige
rust, noem mij dan god van de pillen.

(bron: Pong, Pac-Man & Poëzie – Gedichten van de spelende mens/Passage)

Een winkel vol boeken (Marianne Busser/Ron Schröder)

Standaard

Er kwam in een winkel vol boeken een hond
die keek even rustig het winkeltje rond
hij vroeg aan de juffrouw – zeg heeft u misschien
een boek over poesjes – dat zou ik graag zien

Natuurlijk meneer, zei de juffrouw verrast
’t staat daar op die plank – bovenaan in de kast
heeft u -vroeg de hond- ook een trapje voor mij?
Dan klim ik erop want ik kan er niet bij

Hij pakte het boek en liep daarna weer t’rug
maar keek het niet in – hield het steeds op zijn rug
toen ging hij ermee naar de juffrouw en zei:
het is een cadeautje – cadeautje voor mij

(bron: Het grote liedjesboek/Van Holkema & Warendorf

… (Tjitske Jansen)

Standaard

Als je groot bent
wil je dan niet meer spelen
of mag het dan niet meer?

Is er een leeftijd waarop iemand je komt vertellen:
‘Vanaf heden is spelen verboden,’ en wie
zou degene zijn die mij dat kwam vertellen?

Toen ik weer de zon in liep, zag ik de buurvrouw
met een gieter achter mijn vader aanrennen.
Het mocht dus nog! Opgelucht

ging ik vissen in de beek. Ik nam mee:
een emmer en een tak met daaraan een touw.
Een haakje had ik niet nodig.

(bron: Het moest maar eens gaan sneeuwen/Podium)