Op de zomerse weide (Zr. M. Jozefa/J. Willems)

Standaard

Een koetje en een ezeltje
Die stonden in de wei !
Het zwijntje bracht hun een bezoek,
Een poes sloop naderbij.

Wat hadden zij gevieren pret :
Ze huppelden om ’t langst !
Maar al de kleine blommekens,
Die bibberden van angst !

Opeens ! daar komt het dierental
Elk voor een blomke staan.
Nu hoort men polots uit iedre bloem
Een smekend lied opgaan :

” Ach, lieve koe, eet mij niet op ;
Ik ben zo jong en teer … ”
Maar Bles heeft reeds haar mond gevuld
En ’t bloempje is neit meer !

– “Gij, Grauwtje, spaar mijn frisse jeugd;
Ik beef van schrik, en huil ! … ”
Maar ach, dit tweede blommeke
Verdwijnt in Grauwtjes muil.

– ” O Knorretje, gij graast toch niet,
laat mij dus onverlet … ”
Doch ras heeft Knor het bloemelijn
Met zware poot verplet !

– ” Neen Poes, voor ons is geen genâ :
Uw klauw brengt mij de dood ! … ”
Maar zie, het poesje streelt de blom,
Vol meelij, om die nood !

Thans blikt een dankbaar bloemekijn
Naar Poes, en fluistert zacht :
” ‘k Heb redding en geluk ontmoet,
Waar ik ’t niet had verwacht ! ”

(Een versje voor elk leerjaar)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s