De vlinder (Mies Bouhuys)

Standaard

Een wijze oude tovervrouw
keek in haar toverglas,
omdat ze zo graag weten wou
hoe ’t met de mensen was.

‘Ach’, zei ze, ‘ach, ze lachen niet,
niet echt in elk geval.
Wat je ook op de wereld ziet,
zwartkijkers overal.’

Ze nam haar mantel van fluweel,
haar puntmuts en haar staf,
toen vloog ze op haar bezemsteel
recht op de hemel af.

Daar stond, zo rond als een beschuit,
de zon, vlak boven haar.
Ze sneed er snel een stukje uit,
zonder een mes of schaar.

Ze maakte van dat stukje zon,
– ze was toen terug in ’t bos –
een vlinder die echt vliegen kon.
’s Avonds liet ze die los.

Als nu de mensen somber zijn,
als iemand om iets treurt,
als iemand ruzie heeft of pijn,
let op, wat dan gebeurt.

Dan komt – je weet niet waar vandaan,
ze strijkt langs je gezicht –
opeens die gouden vlinder aan
en dan wordt alles licht.

(Bron: Vinger in de roet/Amsterdam)

Advertenties

Eén reactie Volgende »

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s