Maandelijks archief: januari 2013

Mijn school (Adelien en Merlijn)

Afbeelding

gedichtendagkopie

Advertenties

Er staat een taart in een etalage (Toon Tellegen)

Standaard

Er staat een taart in een etalage,
een grote witte taart.
Wat moet ik doen?

Ik moet aan geld komen,
ik moet een steen door dat raam gooien,
ik moet jarig zijn,
ik moet zorgen dat die juffrouw binnen,
die met die rode lippen,
verliefd wordt op mij –

ik doe mijn ogen dicht,
druk mijn neus tegen het glas,
prevel:
taart, grote witte taart, vlieg ongeschonden door dit raam…

of moet ik zelf bakker worden, banketbakker d’excellence?

(Bron: Gedichten 1977-1999/Querido)

Levensverhaal (Peter Ghyssaert)

Standaard

Toen hij geboren was begon het al:
zijn moeder had de bijsluiter verloren.

Nooit wist hij waartoe dit
of dat dienen moest. Hoewel
hij toch kan raden
liep het steeds verkeerd.

Zijn vrienden durfde hij niets vragen:
in hun jeugd hadden die goed
hun eigen voorschriften gelezen
en die toen verbrand.

Iedereen hield alles maar geheim
en deed volmaakt wat hij niet kon;
ze lachten hem al op de speelplaats uit:

een tegenstrijdigheid, verlamd
en huilend in de zon.

(Bron: Jubileum en andere gedichten/Bert Bakker)

Lied (Eva Gerlach)

Standaard

We gingen lopen in de nacht,
het holle wegje wit van sneeuw, er was
een dame mee, die hield mijn hand soms vast.

Mijn moeder was het niet,
die ligt in bed met groot verdriet
ver bij een raam aan zee.

Een dame blinkend als een nieuw scherp mes,
mijn vader droeg zijn pak met vest, hij floot
o krentenbrood, ze dansten met zijn twee.

(Bron: Hee meneer Eland/Querido)

Los (Ingmar Heytze)

Standaard

Dans en weet dat je bestaat
dans een dans op hete kolen
dans de gaten in je zolen
dans tot de planeet vergaat

dans als alles is gezegd
dans tot je de tijd vergeet
dans zoals je ademhaalt
dans tot je de weg weer weet

dans om nooit meer stil te staan
dans de sterren en de maan
dans de bomen en het bos
niets meer vast en alles los.

(Bron: Alle goeds/Podium)

Ooit…(Geert de Kockere)

Standaard

Ooit, zei Fokke,
altijd scherven,
altijd brokken,
ooit zal ik iets vinden
om al het geluk
aan vast te binden.
Aan een gouden sleutelbos
of aan een lint
van hagewinde.
Dan laat ik het nooit meer los.
En je zal wel zien,
zei Fokke,
dan maak ik
nooit meer brokken.

(Bron: Een straatje zonder eind/De Eenhoorn)

Hoor je wel? (Hans Kuyper)

Standaard

Het kraakt en het tikt
bij ons in het huis.
Het zoemt en het ruist
in het oude fornuis.

Mijn kamerdeur piept,
Mijn bed zucht en steunt.
Het behang fluistert zacht
als je er tegen leunt.

We hebben ook muizen,
ondanks de kat.
’s Nachts als we slapen
gaan ze op pad.

Je hebt bij ons thuis nooit
rust voor je oor.
Maar dat ligt ook aan mij,
want ik kwebbel maar door.

(Bron: Ome Klaas, haar op de kaas, Boekbeesten/Zwijsen)

Een minnestreeltje (Nicole Ledegen)

Standaard

een minnestreeltje

streelwarm en koesterarmen

even snoepen
van je huid en haar
stulp je lippen rond
dit wordt een snoetpartij

tussen een warboel benen
kruip ik tot in je veilig
okselnest

en zing voor jou
mijn weerloos lied
van minnen en van zinnen

languit bovenop je buik
liggen snateren als een eendje
liggen rollen als twee hondjes
liggen vechten als drie beertjes
ik word bijna een ram
een sfinx

tot ik voel
ebbe en vloed
vissen en zee
waarin wij deinen

zoemend voor jou
mijn weerloos lied
van zinnen en van minnen

Als ik een tovenaar was (auteur onbekend)

Standaard

Nieuwjaarsbrief

Als ik nu een tovenaar was,
dan deed ik de wonderste dingen:
ik maakte al je dromen waar,
je zou van vreugde zingen!

Je zou gelukkig zijn dit jaar,
het werd voorwaar een reuzefeest!
Maar ach ik ben geen tovenaar,
ik ben het nooit geweest.

Ik kan dan ook alleen maar wensen:
geluk,gezondheid nog het meest.
Ik wens het jou en alle mensen
die de wereld maken tot een feest.

Op school zal ik mijn best wel doen
en thuis een zonnetje zijn.
Ik beloof het met een dikke zoen.
Vind je dat niet heel erg fijn?