Maandelijks archief: mei 2013

Texelse kermis (Sjoerd Kuyper)

Standaard

Er is maar één manier
om werkelijk
op Texel aan te komen:

reis naar Harlingen,
neem de boot naar Vlieland,
ga van het Posthuys
over de Vlieshors
naar het Eijerlandse gat,

waadt tot je knieën door
het water – ga aan boord
van De Vriendschap,
die oude vissersboot,

kijk naar het licht
dat als een mes
tussen de wolken
door gestoken wordt,

vaar naar de vuurtoren
die je al bijna aan kunt raken,
nu je arm in deze helderheid
meer dan een halfuur lang is,

en zie rondom het schip
de visjes die als vonken
van een slijpsteen
uit het water springen.

Dit is de enige manier
om werkelijk
op Texel aan te komen.

(Bron: Het lied dat mijn moeder zong/Atlas)

Advertenties

Slaapliedje voor de lappenpop Tjapa (Modest Moessorgsky)

Standaard

Tjapa, welterusten.
Tjapa, jij moet slapen.
Tjapa, doe je ogen dicht.
Tjapa. Sst… slapen!

Tjapa. Jij moet slapen,
straks komt Bullebak,
stopt jou in een zak,
om je op te vreten.

Tjapa, jij moet slapen.
Ga me maar vertellen
van dat mooie droomland:
het tovereiland
met zijn grote boomgaard,
en daar groeien peren,
o, wat zijn ze sappig,
en de gouden vogel
zingt er toch zo grappig.

Da-ag, welterusten,
da-ag, dag, Tjapa.

(Dit gedicht maakt deel uit van de liederencyclus ‘De kinderkamer’ en werd vertaald door Willem Wilmink)

Een appel (Gil vander Heyden)

Standaard

Ik durf,
ik durf alleen maar
heel zacht te zeggen:
Hier, voor jou. Een appel,
je sommen, een vlinder die ik ving.
Wil je dat ik voor je zing?
Wil je dat ik bij je blijf?

Dan tel ik nu tot vijf.
Dan tel ik strakst tot tien.
Daarna durf ik misschien,
heel misschien …
op je neus.

(Bron: Kleine stemmen/Clavis)

De jonge wolf (Jan van Nijlen)

Standaard

Kom, laat mij los, laat mij maar lopen,
ik vind de weg wel door het bos.
Mijn hart is sterk, mijn oog is open
Kom, laat mij lopen, laat mij los.

Vrees je dat ik de weg niet vind,
mijn vrijheid al te duur zal kopen?
Jij vader was ook eenmaal kind,
en toch ben jij ook weggelopen.

Kom, laat mij lopen, laat mij los.

(Bron: Verzamelde gedichten/Van Oorschot)

Wat ik heb gevonden (Hendrik de Vries)

Standaard

Wat ik heb gevonden, je raadt het nooit: —
Een keisteen, middendoorgebroken;
Daar binnen waren ’t prachtige kleuren:
Een zee met wolken, een zeilend bootje,
Een vlag, door de wind in rimpels geplooid;
Er stonden ook letters en cijfers boven,
Maar voor ik dat allemaal goed kon lezen,
Heeft een man mij die twee helften afgenomen
En ze over de schutting weggegooid.

(Bron: Verzamelde gedichten/Bert Bakker)

Oud behang (Karel Eykman)

Standaard

In je kamer is je rare
oud gescheurd en vies behang.
Je lag er jaren naar te staren
in je bedje, urenlang.

Al die kreukels, door je gepeuter
al die scheuren in de muur.
Eerst als peuter, dan als kleuter
schiep je een kunstwerk op den duur.

Met jouw viltstift, jouw geklodder,
kwam er ook een soort konijn
door je sloddervos-gemodder.
Moest je muur zo’n rotzooi zijn?

En die vlek van limonade
waar jij dan een aap in ziet
waar je vader naar moet raden
maar hij ziet het lekker niet.

Al die stickers, die je later
op de gaten hebt gedaan
al die plaatjes, ach nou gaat er
nieuw behang op, ’t zal mooi staan.

Ik zal niet zeuren, het wordt keurig
ja, daar kan je van opaan.
Het staat fleurig, toch is het treurig,
dat je viltstift-konijn,
je limonade-aap
en je scheuren en stickers
nu weg zullen gaan.

(Bron: Op blote voeten door de nacht/De Harmonie)

Jarig (Daniel Billiet)

Standaard

In bed voor je jarig bent
wikkel je al met veel plezier
de dag van morgen uit het papier.

Vrienden juichen: hiep hiep hoera!
Je proeft al in je hoofd de snoep,
de wafels, de zoenen, het boek.

Bijna ingeslapen droomt je voetbal
al van het doel, van het doelpunt
van jouw voet. Morgen ben je kampioen.

De slaap spant een strik met sterren
rond de doos van de nacht.
Je feest houdt voor jou de wacht.

(Bron: Op de vlucht voor een landkaartje/Infodok)

Vogeltjes (Katelijne van der Hallen)

Standaard

Vogeltjes
liefjes
zotte diertjes
waar wip je
zit je
lach en gibber je
op een takje.
Vliegensvlug
met twee
drie
allemaal
kom hier
kom hier.
Kleien liefjes
zotte diertjes
hoe sippel je
trippel je
hier en daar
en vliegt omhoog
weet ik waar!

(Bron: Kinderversjes/Den Gulden Engel)