Maandelijks archief: juni 2013

Salamanders vangen (Wiel Kusters)

Standaard

Samen salamanders vangen
in het beekje langs het spoor.
Treinen reden er voorbij.
Daar verstopten wij ons voor.

Struiken genoeg daar langs de helling.
In de diepte liep de beek.
In de verte stond een rookpluim
die bewoog wanneer ik keek.

Een schoorsteen stak daar in de lucht.
Een hele hoge, van de mijn.
De mijn was waar mijn vader werkte,
in de aarde, bukkend klein.

Hij was daar in een andere wereld,
een bos van steen. Water liep daar,
je had er treintjes. Zwarte varens.
Dat vond ik een beetje raar.

Was de lucht daar soms van aarde?
Kon daar wat ademt wel bestaan,
als de wind er niet kon waaien?
Nooit eens zon, maar altijd maan.

(Bron: Salamanders vangen/Querido)

Advertenties

Prettig leren (J. Willems/Zuster M. Jozefa)

Standaard

          (Prijsuitdeling)

          Wij, kleuters, we stappen
          zo lustig naar school !
Daar mogen we leren en spelen ;
          We horen piano,
          en fluit of viool,
En zingen dan saam met ons velen !

          We prikken en vouwen,
          en knippen papier;
En teeknen en kleuren in boeken.
          We plakken, boetseren
          en naaien wat fier !
Dan weer gaan we raden en zoeken.

          Het jaartje vliegt om :
          de vacantie is daar !
Steeds waren we leerzaam en wijsjes.
          Bij ’t poppenspel zei
          de kabouter ons klaar :
“Nu krijgen de kleuters schoon prijsjes !”

(Bron: Een versje voor elk leerjaar/Het Fonteintje, 1965)

De zakdoekmuis (Willem Wilmink)

Standaard

in een speelgoedwinkel

Als mijn opa een paar knopen
in zijn zakdoek had gelegd,
was ’t een muisje dat kon lopen,
echt een muisje met twee oren.
’t Hupte op opa’s arm naar voren…
streng wees opa hem terecht
om hem dan weer op te stoken…
ach, meneer, dat was pas echt.

‘k Zou zo’n zakdoek willen kopen,
‘k heb er zo lang naar gezocht,
want een zakdoek die kan lopen
zou mijn kinderen meer bekoren
dan een robot op twee Noren
of een racebaan met een bocht…
als u er tenminste ook een
echte opa bij verkocht.

‘Het spijt me, meneer, daar kan ik
u niet aan helpen. Dag, meneer…’

(Bron: Ik snap het: liedjes voor jonge kinderen/Bert Bakker)

In zomers (Leendert Witvliet)

Standaard

Die avonden, als het nog niet donker was
maar wel al stil zoals
het alleen maar op zo’n zomeravond kan
met veel vogelgezang,

en als we dan de tennisbal gooiden
om beurten, steeds hoger tegen de toren
waar zo hoog al wat donker om hing

die avonden, lachende zomer,
als vaders en moeders
verstandig stonden te praten
in de tuinen, ernstig, geheim
licht lag tussen de violen.

We vingen de bal die terugkwam
vlak bij de wijzers was hij geweest
en grappen gingen we maken
dat wisten we zeker,

die avonden dat witte wijzers
over de zeeblauwe plaat schoven
en klokgelui ging golven
over de velden en daken

als het nog niet donker was
maar wel al stil.

(Bron: Misschien heet ze niet Suzan/Bert Bakker)