Maandelijks archief: oktober 2013

Blaadjes (Edward van de Vendel)

Standaard

Ik heb een boom afgeluisterd.
En ik zweer je: daar wordt niet gefluisterd.
Die waaiende blaadjes
hebben laaidende praatjes!
Ze stribbelen tegen,
ze kibbelen en krijsen.
Ze schreeuwen de meest vervelende eisen.
Wij dénken dat we vriendelijk ruisen horen,
maar intussen, intussen:
suizende oren…
Ik zweer het —
als je in de herfst de blaadjes ziet vallen,
dan was de boom ze dus zat.
Zo.
Vlieg maar op met z’n allen!

(Bron: Hoera voor Superguppie!/Querido)

Advertenties

Tuinschilderij (Jaap Robben)

Standaard

Ik ben in het midden.
Het midden van een
prachtig tuinschilderij.
De lijst om mij
is een hoge bomenrij.

Onze poes ligt op zijn buik,
kijkt naar een vogel in de struik.
Mijn bal lijkt een snoepje
op het garagedak,
die grijze stip
is onze vuilnisbak.

Tussen twee witte lijntjes van was
hinkelt het tuinpad
door het gras.

En helemaal in het midden
van dit prachtige schilderij
daar heb je mij, zonder jas.

Bijna niemand kan dit zien,
alleen de vogels en de zon
en de mensen
in een luchtballon.

Met een hartelijk dank-je-wel aan Jaap voor zijn toestemming!

(Bron: Zullen we een bos beginnen?/De Geus)

Allerschoenen (Pierre Kemp)

Standaard

Ik houd een allerschoenendag,
  allerschoenen aan de voeten
en een bijzondere schoenenvlag
  zal daarbij wappren moeten.
De straten zijn vol van hun geluid,
      de schoenen lopen in en uit,
      in groepen, soms in stoeten.
  En oude schoenen heel alleen,
die weten soms niet meer waarheen.
      Daar zal de vlag voor groeten.

(Bron: Verzamelde gedichten/Van Oorschot)

De Onbedagtsaamheid (Hieronymus van Alphen)

Standaard

Zie Keesje! deze doode mug
Vloog nog zo even blij en vlug,
Maar ’t is door onbedagtsaamheid;
dat hij nu dood op tafel leit.

    Hij had in ’t kaarslicht zulk een zin,
En vloog er onvoorzigtig in.
Nu ligt hij daar; maar ’t is te laat;
Er is voor ’t mugje nu geen raad.
Hij werd bedrogen door den schijn.
O! laat ons dit tot leering zijn,
Dat, eer men iets gewigtigs doet,
Men zig wat lang bedenken moet.
Eén uur van onbedagtsaamheid
Kan maken dat men weeken schreit.

(Bron: Kleine gedigten voor kinderen, fascilimé editie/L.J.C. Boucher)

Herfst (Gil vander Heyden)

Standaard

Op de rivier
stapt de zon in een kano.
Bij zoveel licht
knijpt de dag zijn ogen dicht.

Achter de bomen
wacht de rosse avond,
knipt tussen twee droge vingers
het donker aan.

Het donker dat zonder dralen
en met één grote hap
alle kleuren opeet.

(Bron: Kleine stemmen/Clavis)