Maandelijks archief: november 2013

Mooi weerbericht (Jan de Bas)

Standaard

Raar idee dat je niet weet
wat je gaat schrijven tot je schrijft:
‘Raar idee etc.’, dat je niet weet
wat je gaat denken.

Dat elke gedachte een soort weer is:
het kan vriezen, het kan dooien,
waaien, stormen, nog veel meer etc…
En ondertussen denk je door,

staat het vel al aardig vol.
Buiten schijnt de zon. Ik denk
dat ik mooi weer ga spelen.
Poëzie is je eigen weerbericht schrijven.

(Bron:Ongepubliceerd. Verschenen in: De vier jaargetijden/Rainbow Essentials)

Advertenties

Moederlief! (Hieronymus van Alphen)

Standaard

05_shop_behangpoezie


Moederlief! Zie daar een roosje
van uw Koosje,
Wijl gij heden jarig zijt.
‘k Heb vanmorgen al gezongen,
En gesprongen:
Zoo verlangde ik naar dien tijd.

Maar kan ik geen rijmpjes dichten,
Moet ik zwichten
Voor mijn broêr in poëzij.
Neem dan, Moeder!
slechts dit roosje
van uw Koosje,
‘k Heb u toch zoo lief als hij.

(Bron: Dichtwerken van Mr. Hieronymus van Alphen Tweede deel/Terveen)

Het grote bed (Rudy Kousbroek)

Standaard

Op zolder stond een heel groot bed,
Daar sliep een kind in, opgelet:

Er kwam een zeehond uit de zee
En gleed in bed als nummer twee.

Het nijlpaard kroop erbij, en zie:
Het bed was groot genoeg voor drie.

Toen kwam er nog een ander dier,
Ik denk een hond, dus dat was vier.

Er kwam een koe bij met haar lijf,
Pas op! Nu zijn het er al vijf.

Daarna het paard, bruin met een bles,
Kroop in dat bed als nummer zes!

De geit zei: mag ik ook nog even?
Dat zijn er welgeteld al zeven.

Het schaapje met zijn dikke vacht
Kwam er nog bij, dat maakte acht.

Een varkentje, wat zou het wegen?
In elk geval, toen was het negen.

Daar kwam een mier, haast niet te zien,
Maar toch, die mier was nummer tien.

Ze lagen net op hun gemak
Maar ’t bed begaf het en zei: krak!

Toen riepen ze, in toorn ontstoken:
Die mier! Die heeft ons bed gebroken!

(Bron: Dierentalen en andere gedichten/Augustus)

Stoet (Bart Moeyaert)

Standaard

Voorop kom ik. Mijn laarzen aan. De kleren van
een generaal. De glimlach uit een stripverhaal.
Met veren op mijn brede hoed stap ik de wereld
tegemoet. Ik kijk voortdurend om. Dat er iets
schort, merkt niemand op. Dat is juist wat er
scheelt. Op mij wordt niet gelet. Wel op wat
volgt. De wagens en de wimpels. Wat komt
lijkt altijd leuker. Het vuurwerk, de fanfare.
De kop verliest het van de staart. Terwijl ik
net zou denken: na het gekwispel is het straks
alweer voorbij. Verlang naar alles. Begin met mij.

(Bron: Maanbundel 2011/2012)

Wat een schatjes (Burny Bos)

Standaard

Wat een schatjes, wat een snoesjes
Onze kat heeft jonge poesjes
Mauw mauw mauw, kom eens gauw
Hé waar zijn de poesjes nou?

Een aan de borst
Een op de trap
Een in de keuken
Naast de pap
Een op de stoel
Een in de la
Een in moeders roze beha
Wat een schatjes, wat een snoesjes
Onze kat heeft jonge poesjes
Mauw mauw mauw, kom eens gauw
Hé waar zijn de poesjes nou?

Een op de stoel
Een op de bank
Een naast de boeken
Op de plank
Een in de kast
Een in de hoek
Een in vaders zondagse broek

Wat een schatjes, wat een snoesjes
Onze kat heeft jonge poesjes
Mauw mauw mauw, kom maar vlug
Alle poesjes zijn terug

(Bron: Wie komt er in m’n kamertje/Leopold)

De fotograaf (Lenze L. Bouwers)

Standaard



schoolfoto




Voor de klassefoto ben ik niet bang:
het grootste deel kan ik onzichtbaar maken
door me achter ruggen op te stellen.

En waar ik alleen op kom? Een opname lang
zal ik als fotomodel iedereen vertellen
dat ik spontaan ben zonder me op te maken.

Wat zie ik daar? Die plaatjesmaker
heeft gewacht tot ik mezelf was?

Ik bestel niks. Nou ja, die met de klas,
als herinnering voor later.





Met dank aan Lenze L. Bouwers voor zijn toestemming!

(Bron: Nog één keer door die hoge gang/Prometheus. Oorspronkelijk: Verboden toegang (Broedgebied)/Van den Berg)