Maandelijks archief: november 2014

Nachtvlucht (Gerda Dendooven)

Standaard

“Welterusten”, zegt de surveillante zacht.
Ze knipt het licht uit en gaat heen.
Nu stroomt de slaapzaal vol met nacht
en in die nacht sta ik alleen.
Dus doe ik maar mijn ogen dicht
en zie ik een scherp vergezicht :
een paradijs dat aan de einder ligt.

Een tovertuin in mist gehuld,
de tijd staat stil, het grasland geurt,
met nachtegalengezang gevuld
valt de avond, meisjes bontgekleurd
dragen bloesem in hun haren,
een lentebries speelt in de snaren
van een harp. ’t Is niet te verklaren.

Hoe opeens witte vleugels openvouwen
en mijn bed zich in beweging zet.
Weldra hoog boven de schoolgebouwen,
rakelings langs torens vlieg ik onverlet
naar het reisdoel van mijn dromen.
En zo, suizend boven bomen,
is mijn geluk bijna volkomen.

Tot ik plots plassen moet, ik val
middenin mijn kostschoolbed,
en zo strandt mijn tocht meestal :
kleumend op een koud toilet.

(Bron: Een propje in mijn gezicht, gedichten/Infodok – Roularta)

Advertenties

Heppie (Joke van Leeuwen)

Standaard

Ik voel me ozo heppie
zo heppie deze dag.
en als je vraagt: wat heppie
als ik eens vragen mag,
dan zeg ik: hoe wat heppie,
wat heppik aan die vraag,
heppie nooit dat heppieje
dat ik hep vandaag?

(Bron: Ozo heppie en andere versjes/Querido)

Winkelen met mam (Denise De Veylder)

Standaard

Ik was heel dringend
aan nieuwe schoenen toe.
Ik heb er tientallen gepast
in alle winkels van de stad.
Maar overal was ’t wat :
te groot, te klein,
te breed, te smal,
te hoog, te laag.
En toen: een dróóm !
Helaas, hij zal het blijven
want veel te duur.

Ik raakte lichtjes overstuur.
Maar toen zei mam :
kijk, dààr !
Het waren schatjes en
ze pasten als gegoten.
De koop was vlug gesloten
en bij ’t naar huis toe lopen
mocht ik het pakje dragen.
Met nieuwe schoenen in
voor hààr !!

(Bron: Ik ben ik/Infodok)

De kinderen van ’t begijnhof (anoniem/traditioneel)

Standaard

De kinderen van ’t begijnhof,
o burgers van de stad,
die komen om Sint-Maarten,
zij zingen voor u wat.
Hout, hout, burgers, hout!,
mijn voetjes hebben ’t koud.
Ik zou een vuurtje stoken,
maar ik heb geen klompje hout.
Gigeland, Gigeland,
uit de gouden, leren mand,
geef een brokje van uw dis,
omdat ’t Sinte-Maarten is.

(Bron: Vlaams verzenboek, verzen uit noord en zuid voor al wie jong van hart is/Lannoo)