Maandelijks archief: december 2014

Het land van vroeger (Jan Boerstoel)

Standaard

Ik zit alweer op m’n kamer
met de atlas in m’n hand.
En buiten gaan er kinderen te keer.
Mijn vrienden, maar ik hoor ze al niet meer.
Want ik ben ik gedachten weer vertrokken
naar dat land.
Het land van vroeger waar ik ben geboren.

Ik zie weer hoge bomen
voor een blauwe bergenrij.
En houten huisjes, haveloos en klein.
En kinderen die ook aan ’t spelen zijn.
Maar dit keer lijken al die vreemde
kinderen op mij.
En even zou ik bij ze willen horen.

Natuurlijk weet ik best:
‘Het leven is daar niet zo goed.
Ik zou het niet voor Holland willen ruilen.’
Maar denk ik aan mijn moeder,
die daar ook nog leven moet,
dan moet ik wel eens stiekem even huilen.

Ik voel me soms een beetje als een boom
die is verplant.
En die, al groeit-ie door in vreemde grond,
blijft treuren om het bos waarin hij stond.
Al heb ik hier een beter leven dan ik in dat land,
het land van vroeger ooit had kunnen krijgen.

Mijn vader en mijn moeder hier,
die houden veel van mij.
dat laten ze me merken, alle twee.
Mijn broer en zus die vallen ook wel mee.
En als ze me eens pesten, dat ik anders ben dan zij,
dan roep ik enkel: ‘Kijk toch naar je eigen.’

Ik hou dus van mijn ouders,
van mijn broer en van mijn zus.
Ik zou mijn hele spaarpot voor ze willen geven.
Maar als ik aan mijn moeder denk,
mijn echte moeder dus,
dan komen soms die tranen toch weer even.

Ik zit weer op mijn kamer
met de atlas in m’n hand.
En zie wat ik al zo veel keren zag,
en weet dat ik terug wil op een dag.
Terug wil naar de mensen
in dat verre, vreemde land.
Het land van vroeger,
waar ik van blijf dromen.
Het land van vroeger
om weer thuis te komen.

(Bron: Kinderen voor Kinderen deel 10/VARAgram, opgenomen in: Roltrap naar de maan, Nederlandse kinderliedjes vanaf 1950 voor kleine en grote mensen/Novella Uitgeverij

Advertenties

Wrijving (Willem Wilmink)

Standaard

Met kerst en paas en oudejaar
komt de familie bij elkaar
in een woonvertrek.
Over de nieuwste vrouwenkwaal
van tante Truus of tante Aal
gaat het gesprek.

‘De vluchtelingen,’ zegt oom Loet,
‘moeten hier weg, want al te goed
is buurmans gek.’
Dan antwoordt vader, nogal scherp:
‘Loet, nou een ander onderwerp,
of ik vertrek.’

Je snapt dat dit tot wrijving leidt,
zodat men met serviesgoed smijt
en met bestek.
Maar iemand moet de minste zijn,
dus vader zegt: ‘Loet, lul maar fijn
weer uit je nek.’

(Bron: Ik had als kin een huis en haard/Bert Bakker)

In the Dark (A. A. Milne)

Standaard

milnedark2




I’ve had my supper,
And had my supper,
And HAD my supper and all;
I’ve heard the story
of Cinderella,
And how she went to the ball;
I’ve cleaned my teeth,
And I’ve said my prayers,
And I’ve cleaned and said them right;
And they’ve all of them been
And kissed me lots,
They’ve all of them said, “Good-Night.”

So — here I am in the dark alone,
There’s nobody here to see;
I think to myself,
I play to myself,
And nobody knows what I say to myself;
Here I am in the dark alone,
What is it going to be?
I can think whatever I like to think,
I can play whatever I like to play,
I can laugh whatever I like to laugh,
There’s nobody here but me.

I’m talking to a rabbit…
I’m talking to the sun…
I think I am a hundred —
I’m one…
I’m lying in the forest…
I’m lying in a cave…
I’m talking to a Dragon…
I’m BRAVE.
I’m lying on my left side…
I’m lying on my right side…
I’ll play a lot tomorrow…
………..
I’ll think a lot tomorrow…
………..
I’ll laugh…
a lot…
tomorrow…
(Heigh-ho!)
Good-night.

(Bron: Now we are six. Winnie the Pooh, The Complete Collection of Stories and Poems/Methuen)