The Naming of Cats (T.S. Eliot)

Standaard

The Naming of Cats is a difficult matter,
It isn’t just one of your holiday games;
You may think at first I’m as mad as a hatter
When I tell you, a cat must have THREE DIFFERENT NAMES.
First of all, there’s the name that the family use daily,
Such as Peter, Augustus, Alonzo or James,
Such as Victor or Jonathan, George or Bill Bailey–
All of them sensible everyday names.
There are fancier names if you think they sound sweeter,
Some for the gentlemen, some for the dames:
Such as Plato, Admetus, Electra, Demeter–
But all of them sensible everyday names.
But I tell you, a cat needs a name that’s particular,
A name that’s peculiar, and more dignified,
Else how can he keep up his tail perpendicular,
Or spread out his whiskers, or cherish his pride?
Of names of this kind, I can give you a quorum,
Such as Munkustrap, Quaxo, or Coricopat,
Such as Bombalurina, or else Jellylorum-
Names that never belong to more than one cat.
But above and beyond there’s still one name left over,
And that is the name that you never will guess;
The name that no human research can discover–
But THE CAT HIMSELF KNOWS, and will never confess.
When you notice a cat in profound meditation,
The reason, I tell you, is always the same:
His mind is engaged in a rapt contemplation
Of the thought, of the thought, of the thought of his name:
His ineffable effable
Effanineffable
Deep and inscrutable singular Name.

**********************

Vertaling door Gerrit Komrij:

HOE NOEM JE EEN KAT?

Hoe noem je een kat? Geen eenvoudig karweitje,
dat flans je niet zomaar ’s even te saam;
wie weet denk je: die heeft ze niet op een rijtje,
als ik zeg: een kat vraagt om een driedubbele naam.
Allereerst dus een naam om in huis te gebruiken,
zolas Willempie, Sambal of Jan zonder Blaam,
zoals Tjebbe of Frederik, Droppie of Kuiken –
allemaal hoogst acceptabel qua naam.
Er zijn sjiekere namen, ze klinken wat beter,
deels voor Meneer zelf en deels voor Madame:
zoals Plato, Apollo, Electra, Demeter –
o, allemaal hoogst acceptabel qua naam.
Maar geloof me: een kat eist één naam die bijzonder is,
een naam die een wonder is, uiterst voornaam,
want hoe straalt hij uit dat hij geen slome donder is,
maar juist een seigneur als hij glimt voor het raam?
Ik bied je een selectie uit die aliassen,
zoals Snorrescha, Xinix of Oui-Doume-Ouat,
zoals Bomballerien of, zeg, Antimakassa –
titels bestemd voor nooit meer dan één kat.
Maar inzonderheid is daar die naam nog, die ene,
en dat is de naam die je vindt voor geen goud;
de naam door geen mensenverstand bij te benen –
die alleen de kat zelf kent, en stug voor zich houdt.
Weet, als je’n kat heel intens na ziet denken,
de reden is steeds weer: hij zit aangenaam
en innig verrukt al zijn aandacht te schenken
aan zijn heerlijke, heerlijke, heerlijke naam:
zijn onzegbaar zegbare
zegbaaronzegbare
zeer ondoorgrondbare hogere naam,
naam, naam, naam, naam, naam, naam.

(Bron: Old Possum’s Book of Practical Cats/Harcourt)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s