Maandelijks archief: april 2015

Nee schudde de vrouw… (Fransiska Louwagie, 15 jaar)

Standaard


Nee
schudde
de vrouw
tegen
de waarzegster

Niet
mijn hand
en
niet
de lijnen van mijn hand
bepalen
mijn leven

Want
zijn hand
en
de lijnen van zijn hand
bepalen zijn leven

en zijn leven
is
ons leven

Want
ik
leef niet


(Bron: Je ogen spreken. Gedichten van kinderen, tieners en jonge volwassenen over verdraagzaamheid/Uitgeverij P, Leuven)

Advertenties

Pa’s kamer (Steven Herrick)

Standaard

Soms, als ik thuis ben,
en het nog uren duurt
voor pa terugkomt,
en ik weet dat Keith met Sally
op het Militaire Terrein is,
ga ik naar pa’s kamer.
Ik ga op zijn bed zitten
en bekijk de foto’s
op zijn nachtkastje.
Die van Keith en mij
zittend in de vork van een boom,
lachend naar de wereld.
En die van ma en pa samen,
zijn arm losjes rond haar middel,
en de lange vingers van haar handen
samengeknepen op zijn heup.
Voor ik wegga,
loop ik naar de kleerkast,
doe de deur open
en laat mijn handen
over de tere stof
van ma’s paarse jurk
glijden.
Ik kan haar parfum bijna ruiken.
Ik sla mijn armen om haar jurk
en druk mijn gezicht ertegen.
Ik omhels ma’s jurk,
met mijn ogen dicht.
Ik fluister nog één keer
in de warme stof,
dan verlaat ik
pa’s kamer.

(Bron: Aan de rivier/Lemniscaat. Vertaling: Tjalling Bos)

Bloemen (Leo Vroman)

Standaard

Als alle mensen eensklaps bloemen waren
zouden zij grote bloemen zijn met lange snorren.
Vermagerende vliegen, dode torren
zouden blijven haken in hun haren.
Tandestokers, steelsgewijs ontsproten,
zouden zwellen tot gedraaide tafelpoten,
katoenen knoppen zouden openscheuren
tot pluche harten die naar franje geuren,

en op de bergen zouden gipsen zuilen staan
die gipsen druiven huilen.

Op het water dreven bordkartonnen blaren,
de vlinders vielen uit elkaar tot losse vlerken
en van geur verdorden alle perken
als alle mensen eensklaps bloemen waren.

(Bron: 262 gedichten/Em. Querido’s Uitgeverij B.V.)

Een vrouw poetst de bel en plotseling is het lente! (J. Bernlef)

Standaard

zij poetst de bel
tot rond en bol
haar hoofd nog boller
zichtbaar wordt

aan de deur een bord:
wordt niet gekocht

ze poetst
dan plotseling
houdt ze op
en luistert

6 geluidsbanden
kondigen de lente aan:

1. mussen vechten in de heg
2. in de verte gerammel van bestel
3. haar schoenen kraken
4. transistorklanken uit een raam
    maken haar 10 seconden sprakeloos gelukkig

5. een fiets snort voorbij (de spaken!)
6. iemand…

ze ziet
zich zelf
in de blinkende bel

rent de tuin in
rukt de pinda’s van het snoer

…nog vers!

(Bron: Goedemorgen, welterusten – Gedichten voor kinderen en andere volwassenen, gekozen door Kees Fens/Querido. Oorspronkelijk: Hoe wit kijkt een eskimo/Em. Querido’s Uitgeverij B.V.)

Krappe schoenen (Jeroen van Merwijk)

Standaard

Krappe schoenen
Ik heb te krappe schoenen aan
Ik had ze moeten laten staan
In plaats van ze te kopen
Nou ja kopen had misschien nog net gekund
Maar om er nou meteen zo’n eind op te gaan lopen
Op uitlopen te hopen
Wat een hufter, wat een rund

Krappe schoenen
‘k Loop op te krappe schoenen rond
Er zitten mesjes in de grond
En de aardkorst staat in brand
Toch ben ik aan de buitenkant
Niets aan te zien en doe ik of ik net
Een pot met vet op tafel heb gezet
Ik vind strompelen gênant
Hoe lang gaat deze kwelling duren?
Elke seconde die duurt uren
Mijn kleine en mijn grote teen zijn buren
Nog even, zijn ze samen één
Is mijn voet een grote teen

Krappe schoenen
Ik heb te krappe schoenen aan
Was ik maar jeugdig dood gegaan
Het leer dringt in mijn voet tot aan mijn pezen
En mijn hiel ligt open tot mijn rug
Wat kost dat nou, zo’n voetprothese?
Langzaam, langzaam, niet zo vlug
Hoe lang gaat deze kwelling duren?
Elke seconde die duurt uren
Mijn kleine en mijn grote teen zijn buren
Nog even, zijn ze samen één
Is mijn voet een grote teen
Heb ik een hoef aan ieder been
Moet ik in een weiland
Met een hek eromheen

(Bron: Ik zou je het liefste in een doosje willen doen/Omdat ik zoveel van je hou, Nederlandse chansons en cabaretliederen/Nijgh & Van Ditmar)