Naar buiten (C. Honigh)

Standaard

Och, mijn geleerde boeken,
Trezoren onzer taal,
Geef me oorlof, dat ik buiten
Eens eind’lijk ademhaal.

Die taal- en spellingskwesties
Zijn nuttig ja en fraai,
Maar ‘k word daarvan ten leste
Zo akelig suf en saai.

Geef me oorlof, – och, daar buiten
Wenkt mij de zonneschijn.
‘k Moet, waar de vog’len fluiten
En lui en ledig zijn.

‘k Moet Vader Vondels Wildzang
Eens zingen op mijn pad,
Zijn lied van ’t vrolijk vogelkijn,
Dat in de boomgaard zat.

Dat weet van Ur-vocalen
Noch enk’le of dubbele E,
En zingt toch even lustig,
Als ’t eens voor Vondel deê.

Moog’ Bilderdijk ook brommen,
En Grimm ook grimmig zien,
Dat ik hun acht’bre wijsheid
Daar buiten durf ontvliên –

Vaarwel toch, letterhelden,
Gij, Woordenboek incluis,
Geen heer van filologen
Houdt langer mij in huis.

Maar zorg, papieren strijders,
Als ge u alleen bevindt,
Dat gij elkaar niet vechtend
Met huid en haar verslindt.

Dat waar te fel mij straffen,
Omdat ik heb gefaald,
En ach, mijn kostb’re boeken
‘k Heb u . . . nog niet betaald.

Maar toch – of ’t ook gebeurde,
Mij wenkt de zonneschijn;
‘k Ga waar de vog’len fluiten
En lui en ledig zijn.

(Bron: Mijne Lente, Liederen)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s