Maandelijks archief: april 2016

APRILBEWEGING (Saul van Messel)

Standaard


thorbecke streelt
adelheid
waar ik
niet mag

een blouse
kijkt naar haar
die mij
niet zag


(Bron: Mammoeth mijn muze – gedichten van een leraar/Wereldvenster)

Advertenties

Doosje (Gil vander Heyden)

Standaard

Ik bewaar in mij
een houten doosje.
Daar zit van alles in.

Wuivende handjes
om hello te zwaaien
iedere keer als ik je zie.

Voetstappen
die van mijn huis
naar het jouwe gaan.

Rinkelende woordjes
om te vertellen
hoe blij ik met je ben.

(Bron: Een puntje krokus/Bakermat. Opgenomen in: De dichter is een tovenaar/Averbode)

Mag ik nog een kind zijn? (Ashley Spencer)

Standaard

Mag ik nog een kind zijn?
Ik ben toch nog maar tien.
Ik moet nog zoveel leren.
En ik krijg zoveel te zien.
Hoe zit het met de Islam?
Wat weet ik daar nou van?
Er zijn nog zoveel vragen.
Die aan mij blijven knagen.
Mag ik nog een kind zijn?
Mag ik dat nog misschien?

(Bron: ik schrijf, ik schrijf wat jij niet schrijft. Poëzie door kinderen van 4 tot en met 12 jaar/the house of books. De auteur van dit gedicht, Ashley Spencer, zat op het moment van het schrijven van dit gedicht in groep 7 van de Dr. Albert Schweitzer Basisschool op Curaçao N.A.)

Haast (Frank Eerhart)

Standaard

Het is nog donker buiten
koud vanmorgen
ik moet eruit, voor de katten zorgen
mijn bed is nog warm
maar even terug
heel even liggen en dan vlug
ERUIT, kwart voor acht
de kraan, laat maar gaan
anders loop ik mijn vrienden mis
mijn kop wordt onderweg wel fris
mijn broek, mijn trui
mijn sokken, ze stinken
schone? geen tijd, schoenen, wat drinken
de katten eten, staande ontbijt
naar school, IK BEN WEG
hè hè, net op tijd.

(Bron: Ben ik dat?/Lemniscaat)

Muziek (Elma van Haren)

Standaard

Wanneer ik heel goed luister
voel ik droevige pianomuziek,
als ik de witte bok aan een touw in de berm
zijn rondjes zie grazen.
Maar als ik de hoefjes van de varkens
deftig in de modder zie trappelen,
speelt er een vrolijk kwartet.

Met mijn ogen diep
in de bruine van een koe,
voel ik een slaapliedje zachtjes
over mijn voorhoofd strijken.

En kijk,

als het paard draaft in de wei
na de stal in de winter en de boerin
lacht erbij,
dan schettert een trompet zo uitbundig
in mijn hoofd,
dat mijn voeten dansen moeten en
ik hardop meelach, net zo blij als zij.

(Bron: De wiedeweerga/De Harmonie)

In het bos, daar woont een fee (Phil Mandelbaum)

Standaard

In het bos, daar woont een fee
vlak bij een kikkerplas.
Er dansen elfjes om haar heen,
met stemmetjes van glas.
Ik weet dat je me niet gelooft.
Je wilt het eerst eens zien.
Maar het bos zit in mijn hoofd,
een fee, een elf of tien.

(Bron: Het laatste woordje zacht/Davidsfonds Infodok. Bewerking Bart Moeyaert)

Daans Fruitkraam (Chantal Trigallez)

Standaard

Daans zaken gingen niet zo goed,
Hij stond erbij met een treurige snoet.
Die dag kwam Mark Ketting voorbij.
Hij bestudeerde de kraam, weet je wat hij zei?
‘Jouw klanten lopen door, omdat ze niet blijven staan.
Je prijst wel af, maar je prijst niets aan.
Het fruit ligt hier veel te saai allemaal.
Bedenk eens wat leuks, verzin een verhaal.
Mensen willen in iets kunnen geloven,
Dan hoef jij je minder uit te sloven’.

Daan verzon bordjes met:
‘Door deze mango, dans u beter de tango.’
‘Als u wat meer appels bliefde, vond u snel uw Ware Liefde.’
‘Eet sinaasappel, part voor part, en heel is uw gebroken hart.’
‘Van peren eten wordt u sterk en heeft u meer sjans op uw werk.’
En toen Mark Ketting hem weer bezocht,
Was Daans fruitkraam uitverkocht.

(Bron: Je bent om te smullen! Blije Gezichten Gedichten/Uitgeverij De Zaak)

Een wijze les (Willem Wilmink)

Standaard

Luim en ernst ineengeweven
Zijn een lust in ieders leven.’

Koosje wou een vogel vangen.
‘Dat is makkelijk gedaan,’
Sprak de vader van ons Koosje,
Keek het ventje olijk aan,

‘Leg wat zout hem op het staartje,
En het beestje is voor jou.’
Dus ging Koosje fluks naar buiten,
Met het zoutvat in de kou.

Na twee uren kwam de vader,
Kijken hoe ons Koosje voer,
‘Heb je nog geen vogel, Koosje,
Is het zulk een heksentoer?’

Koosje sprak: ‘Men moet het beestje,
Eer er zout op is geleid,
Toch alreeds gevangen hebben,
En ziedaar de moeilijkheid!’

Zo viel Koosje dan geen vogel,
Doch een wijze les ten deel,
‘Dus je ziet,’ sprak vader lachend,
”t Leven is een Schouwtoneel.’

(Bron: GOEJANVERWELLESLUIS korenschoven, liedjes en gedichten/Arbeiderspers)