Maandelijks archief: mei 2016

Bokkepruik (Miep Diekman)

Standaard

Heb je ooit zo zout gegeten?
‘k Heb de bokkepruik vergeten!
En de bok had zo gezegd –
toen hij hem had klaargelegd -:
“Zeg ’t de kapper nu eens goed
hoe hij dit keer knippen moet.
Kaal van achteren, alles kaal,
da’s de modelijn ‘Schandaal’.
En van voren met een kuif,
da’s de haardracht ‘Koep de Huif’.
In die kuif daar moeten krullen
’t zal me in ’t gezicht wat vullen.
En dan voor twee piek odeur,
da’s goed tegen bokkegeur.
Ik ga ondertussen slapen
dan kan jij ’t in orde maken.
Morgen zeggen alle buren:
‘Kijk ‘ns naar de Bok’s kwâfure!'”

Ja, de bok heeft makkelijk praten!
Wáár heb ik zijn pruik gelaten?

(Bron: Een liedje voor een cent/Leopold)

Advertenties

Te koop/For Sale (Robert Lowell)

Standaard

Poor sheepish plaything,
organized with prodigal animosity,
lived in just a year—
my Father’s cottage at Beverly Farms
was on the market the month he died.
Empty, open, intimate,
its town-house furniture
had an on tiptoe air
of waiting for the mover
on the heels of the undertaker.
Ready, afraid
of living alone till eighty,
Mother mooned in a window,
as if she had stayed on a train
one stop past her destination.

=============================

Arm, onnozel speelgoed,
Ingericht met heel wat bitterheid,
Precies één jaar bewoond —
Stond in Beverley Farms
Mijn vaders buitenhuisje
Te koop, nog geen maand na zijn dood.
Leeg, open, nog warm vanbinnen,
Wachtten zijn steedse meubels;
Ze leken ongeduldig uit te kijken
Naar de verhuizer, hoewel de lijkbidder
Pas gisteren was weggegaan.
Gereed, bang
In leven te blijven, alleen, tot haar tachtigste,
Zat Moeder voor het raam versuft te kijken,
Als was ze blijven zitten op een trein
Een halte verder dan daar, waar ze moest zijn.

(Bron: Collected Poems/Farrar, Straus and Giroux. Opgenomen in: Vader, bloemlezing door Gerda Dendooven/Meulenhoff-Manteau.)

Ode aan de mus (Antoine Uitdehaag)

Standaard

Vroeger vielen ze nog van het dak
in de lange hete zomers van de jaren
vijftig. Met honderden tegelijk
donderden ze uit de goten, joegen

als schooljongens door de plassen —
want regenen deed het toen ook al.
Onbeschermde vogelsoort zei mijn vader
en ik zag mannen voor me met geweren.

Er werd niet geschoten, ze zijn stilletjes
verdwenen, samen met het kattenkwaad
de meisjes van twaalf en de paters.

Nu tjielpen de mobieltjes, dit is
de schreeuwende eeuw. Van de spreeuwen.
Van de nog onbarmhartiger meeuwen.

(Bron: De 100 leukste dierengedichten, samengesteld door Wim Zaal/Meulenhoff)

Bij de kuikens (Remco Ekkers)

Standaard

Ik zou wel een kip
als moeder willen hebben.

Een beetje roetsjen
van haar rug.

Op kleine pootjes
scharrelen in een hoek.

Ze roept ons wel als zij
iets lekkers vindt.

Hakt het met haar snavel
in kleine kuikenbrokjes.

En ’s avonds met mijn zusjes
lekker warm schuilen
onder de donkere theemuts.

(Bron: Er zit een feest in mij, Querido’s Poëziespektakel 5/Em. Querido’s Uitgeverij BV)

Vlaggen (Ank Mooren)

Standaard

 

 

vlaggen

 

Op de dag dat ik werd geboren
hing iedereen in Nederland
voor mij de vlag uit.
Ze wapperden, wapperden
en het bezoek at muisjes met beschuit.

Mijn moeder was opgelucht
ze voelde zich weer vrij
zonder die enorme buik
en toch ook weer niet
want ze had mij.

Elk jaar wordt alles
op 5 mei versierd.
Mijn opa zegt: door de oorlog
maar ik weet dat
heel Nederland
mijn verjaardag viert!

(Bron: Er zit een feest in mij! – Querido’s Poëziespektakel 5/Em. Querido’s Uitgeverij BV)

Van hier naar hier (Theo Olthuis)

Standaard

Waar het stil is
ga daar rustig zitten

sluit je ogen
neem een atlas
tussen je oren

laat je gedachten
kalmpjes door spannende
landen bladeren

tot ze ergens komen
waar het stil is

daar waar je
rustig ging zitten
om wat van
de wereld te zien.

(Bron: De dichter is een tovenaar/Averbode)

The Giving Tree (Shel Silverstein)

Standaard

991

Once there was a tree….
and she loved a little boy.
And everyday the boy would come
and he would gather her leaves
and make them into crowns
and play king of the forest.
He would climb up her trunk
and swing from her branches
and eat apples.
And they would play hide-and-go-seek.
And when he was tired,
he would sleep in her shade.
And the boy loved the tree….
very much.
And the tree was happy.
But time went by.
And the boy grew older.
And the tree was often alone.
Then one day the boy came to the tree
and the tree said, “Come, Boy, come and
climb up my trunk and swing from my
branches and eat apples and play in my
shade and be happy.”
“I am too big to climb and play” said
the boy.
“I want to buy things and have fun.
I want some money?”
“I’m sorry,” said the tree, “but I
have no money.
I have only leaves and apples.
Take my apples, Boy, and sell them in
the city. Then you will have money and
you will be happy.”
And so the boy climbed up the
tree and gathered her apples
and carried them away.
And the tree was happy.
But the boy stayed away for a long time….
and the tree was sad.
And then one day the boy came back
and the tree shook with joy
and she said, “Come, Boy, climb up my trunk
and swing from my branches and be happy.”
“I am too busy to climb trees,” said the boy.
“I want a house to keep me warm,” he said.
“I want a wife and I want children,
and so I need a house.
Can you give me a house ?”
” I have no house,” said the tree.
“The forest is my house,
but you may cut off
my branches and build a
house. Then you will be happy.”

And so the boy cut off her branches
and carried them away
to build his house.
And the tree was happy.
But the boy stayed away for a long time.
And when he came back,
the tree was so happy
she could hardly speak.
“Come, Boy,” she whispered,
“come and play.”
“I am too old and sad to play,”
said the boy.
“I want a boat that will
take me far away from here.
Can you give me a boat?”
“Cut down my trunk
and make a boat,” said the tree.
“Then you can sail away…
and be happy.”
And so the boy cut down her trunk
and made a boat and sailed away.
And the tree was happy
… but not really.

And after a long time
the boy came back again.
“I am sorry, Boy,”
said the tree,” but I have nothing
left to give you –
My apples are gone.”
“My teeth are too weak
for apples,” said the boy.
“My branches are gone,”
said the tree. ” You
cannot swing on them – ”
“I am too old to swing
on branches,” said the boy.
“My trunk is gone, ” said the tree.
“You cannot climb – ”
“I am too tired to climb” said the boy.
“I am sorry,” sighed the tree.
“I wish that I could give you something….
but I have nothing left.
I am just an old stump.
I am sorry….”
“I don’t need very much now,” said the boy.
“just a quiet place to sit and rest.
I am very tired.”
“Well,” said the tree, straightening
herself up as much as she could,
“well, an old stump is good for sitting and resting
Come, Boy, sit down. Sit down and rest.”
And the boy did.
And the tree was happy.

(Bron: The Giving Tree/Harper & Row)

Missing Link (Willy van Doorselaer)

Standaard

‘Rond kerncentrales komt leukemie
in verhoogde concentraties voor,’
zei Bram. Hij zwaaide met een kranteknipsel.
Het werd doodstil in de klas.
Het was de eerste les natuurkunde
na de begrafenis van Koen.

Coussens was een pedagoog. Hij sloeg
de ogen neer en liet de stilte werken.
‘Ik begrijp wat je wil zeggen, Bram,’
zei hij tenslotte. ‘Ik voel wat jullie voelen.
En ik wou dat je gelijk had. Dan volstond het
geen nieuwe kerncentrales meer te bouwen
en de oude vol te storten met beton.
Maar eerst moet bewezen worden…’

‘Maar Tsjernobyl,’ riep Bram.
‘En Sellafield. En…’

‘Ik begrijp wat je wil zeggen, Bram,’
zei Coussens, ‘maar zo eenvoudig
ligt het niet. Neem nu eens het ozongat,
de zure regen, al die additieven in ons voedsel.
Of gewoon de natuurlijke radioactiviteit.
Alles kan van alles oorzaak zijn.
Het is de link waar het om gaat.’

Hij zweeg. Zijn ogen dwaalden naar
de lege stoel van Koen. De link was missing.
‘Ik bedoel: als dat artikel juist is, Bram,
waarom is Koen dan dood? Doel
is honderd kilometer hiervandaan.’

‘Maar hoe kómt het dan dat Koen…’

‘Pech,’ zei Coussens, ‘pure pech.’

(Bron: Dit is het bos, verdwaal hier maar/Houtekiet)