Categorie archief: dieren

Vlinder…fladder, fladder… (Jean Paulssen)

Standaard

vlinder

 

 

Fladder vlinder, fladder
fladder noa de sjunste blom,
drink dich vol mit ozze nectar,
kom mie vlinderke noe kom!

Fladder vlinder, fladder
in die kluuërekleed, dat sjitterend zit,
wilste mich ee bietje helpe,
num va mich get sjtuuëfmeel mit!

Fladder vlinder, fladder
fladder noa die anger blom,
fladder vlinder, fladder
huuër die rupt al: “mie vlinderke, noe kom!”

(Bron: gidder deërke…ee plezeërke/Mooi Limburgs boekenfonds)

Advertenties

De krekel en de mier (Max Nord)

Standaard

Een krekel die een zomerlang
Had doorgebracht met zang,
Zag toen de winter kwam
Haar broodplank zonder boterham:
Van vlieg of worm geen bete,
Niets had zij meer te eten!
De honger ging haar plagen,
Bij buurvrouw mier liep zij te klagen,
Vroeg haar een korrel graan
Te leen om te bestaan
Tot aan het nieuw seizoen.
Mijn beesteneer, zwoer zij, ik zal het doen,
‘k Betaal u in de lente
Het kapitaal terug en ook nog rente.
Een mier leent niet zo graag:
– Die fout zal zij niet gauw begaan –
Wat hebt u van de zomer dan gedaan?
Vroeg zij de hongerige maag.
Gezongen heb ‘k voor iedereen. Ik zing!
Gezongen? Ach! Dat is mooi, nou en of!
Als u nu dan eens dansen ging…

(Bron: ongepubliceerd. Opgenomen in: Gedichten lezen/Em. Querido)

Dromen (Nannie Kuiper)

Standaard

Mijn slapende hond
ligt stil op de grond.
Maar plotseling
gaat hij bewegen:
hij snuffelt, hij zucht,
hij hapt naar de lucht —

hij heeft in zijn droom
iets gekregen.

Hij smakt en hij slikt,
hij jankt en hij hikt,
zijn poten gaan snel
heen en weer…

Opeens springt hij op
en schudt met zijn kop —
wat jammer,
nu droomt hij niet meer.

(Bron: Zo kan het ook/Leopold)

Drie musjes (Harriët Laurey)

Standaard

postkaart-drie-musjes-gabriela-de-carvalho


Daar zitten drie musjes in ’t sneeuwwitte woud.
Hun hartjes zijn warm en hun staartjes zijn koud.

Ze slapen er onder het sneeuwwitte dek.
De middelste mus heeft de warmste plek …

Ze wachten op iets dat hun buikje vult.
De middelste mus heeft het meeste geduld …

Waarom mag die éne in ’t midden, juist hij?
En WILLEN die andere twee wel opzij?

Dat willen ze best, hoor, en weet je waarom?
Ze zitten een poos, en dan ruilen ze om!
Dan mag er een ander in ’t midden, en dus
is elk op zijn beurt weer de middelste mus …

(Bron: Wist jij dat er schaatsende eendjes bestaan?/Holland. Illustratie: Gabriela de Carvalho)

The Naming of Cats (T.S. Eliot)

Standaard

The Naming of Cats is a difficult matter,
It isn’t just one of your holiday games;
You may think at first I’m as mad as a hatter
When I tell you, a cat must have THREE DIFFERENT NAMES.
First of all, there’s the name that the family use daily,
Such as Peter, Augustus, Alonzo or James,
Such as Victor or Jonathan, George or Bill Bailey–
All of them sensible everyday names.
There are fancier names if you think they sound sweeter,
Some for the gentlemen, some for the dames:
Such as Plato, Admetus, Electra, Demeter–
But all of them sensible everyday names.
But I tell you, a cat needs a name that’s particular,
A name that’s peculiar, and more dignified,
Else how can he keep up his tail perpendicular,
Or spread out his whiskers, or cherish his pride?
Of names of this kind, I can give you a quorum,
Such as Munkustrap, Quaxo, or Coricopat,
Such as Bombalurina, or else Jellylorum-
Names that never belong to more than one cat.
But above and beyond there’s still one name left over,
And that is the name that you never will guess;
The name that no human research can discover–
But THE CAT HIMSELF KNOWS, and will never confess.
When you notice a cat in profound meditation,
The reason, I tell you, is always the same:
His mind is engaged in a rapt contemplation
Of the thought, of the thought, of the thought of his name:
His ineffable effable
Effanineffable
Deep and inscrutable singular Name.

**********************

Vertaling door Gerrit Komrij:

HOE NOEM JE EEN KAT?

Hoe noem je een kat? Geen eenvoudig karweitje,
dat flans je niet zomaar ’s even te saam;
wie weet denk je: die heeft ze niet op een rijtje,
als ik zeg: een kat vraagt om een driedubbele naam.
Allereerst dus een naam om in huis te gebruiken,
zolas Willempie, Sambal of Jan zonder Blaam,
zoals Tjebbe of Frederik, Droppie of Kuiken –
allemaal hoogst acceptabel qua naam.
Er zijn sjiekere namen, ze klinken wat beter,
deels voor Meneer zelf en deels voor Madame:
zoals Plato, Apollo, Electra, Demeter –
o, allemaal hoogst acceptabel qua naam.
Maar geloof me: een kat eist één naam die bijzonder is,
een naam die een wonder is, uiterst voornaam,
want hoe straalt hij uit dat hij geen slome donder is,
maar juist een seigneur als hij glimt voor het raam?
Ik bied je een selectie uit die aliassen,
zoals Snorrescha, Xinix of Oui-Doume-Ouat,
zoals Bomballerien of, zeg, Antimakassa –
titels bestemd voor nooit meer dan één kat.
Maar inzonderheid is daar die naam nog, die ene,
en dat is de naam die je vindt voor geen goud;
de naam door geen mensenverstand bij te benen –
die alleen de kat zelf kent, en stug voor zich houdt.
Weet, als je’n kat heel intens na ziet denken,
de reden is steeds weer: hij zit aangenaam
en innig verrukt al zijn aandacht te schenken
aan zijn heerlijke, heerlijke, heerlijke naam:
zijn onzegbaar zegbare
zegbaaronzegbare
zeer ondoorgrondbare hogere naam,
naam, naam, naam, naam, naam, naam.

(Bron: Old Possum’s Book of Practical Cats/Harcourt)