Categorie archief: slaapliedje

Gapen, gapen… (Geert de Kockere)

Standaard

Gapen, gapen,
Duimpje moet gaan slapen.

Het handje is het bed
om Duimpje in te steken,
de vingers zijn de deken.
Vouw ze nu maar toe,
want Duimpje die is moe.

(Bron: Op mijn lippen groeit een zoen/Ambim)

Advertenties

’t Muizeke (Gentil Antheunis)

Standaard

In ’t kamerke waar het wiegske gong,
Een muizeken uit zijn gaatje sprong,
Hippelend, trippelend ding;
Het draaide ’t kopken rechts en links
En ’t wipte voorwaarts, vlug en flinks.

Muizeke, muizeke, maak geen lawijt,
Of anders ons kindjen ontwaakt en krijt.

’t Liep rechts en links, ’t liep hier en daar,
En ’t kwam bij ’t wiegske nader en naâr,
Hippelend, trippelend ding;
Het richtte zich op en ’t rook en zag
Of daar geen kruimelke koek meer lag.

Muizeke, muizeke, maak geen lawijt,
Of anders ons kindjen ontwaakt en krijt.

Er lagen veel kruimelkens op den grond.
Neem, muizeke, ’t kindje heeft ze u gejond,
Hippelend, trippelend ding;
En ’t peuzelde en ’t at zijn buikske vol,
En ‘een, twee, drie’ ’t was weer in zijn hol.

Muizeke, muizeke, zonder geluid,
Mijn kindje slaapt wel – en mijn liedje is uit.

(Bron: Uit het hart! Deschepper-Philips / A.W. Sijthoff, Dendermonde / Leiden 1874. Opgenomen in “Kun je nog zingen, zing dan mee”, ed. 1938 en 1972)

Slaapliedje voor de lappenpop Tjapa (Modest Moessorgsky)

Standaard

Tjapa, welterusten.
Tjapa, jij moet slapen.
Tjapa, doe je ogen dicht.
Tjapa. Sst… slapen!

Tjapa. Jij moet slapen,
straks komt Bullebak,
stopt jou in een zak,
om je op te vreten.

Tjapa, jij moet slapen.
Ga me maar vertellen
van dat mooie droomland:
het tovereiland
met zijn grote boomgaard,
en daar groeien peren,
o, wat zijn ze sappig,
en de gouden vogel
zingt er toch zo grappig.

Da-ag, welterusten,
da-ag, dag, Tjapa.

(Dit gedicht maakt deel uit van de liederencyclus ‘De kinderkamer’ en werd vertaald door Willem Wilmink)

Hé, jij daar (Geert de Kockere)

Standaard

Hé, jij daar,
beeld je even in
dat de maan een koe was.
Wie, ik?
Ben je mal?
Ben je gek?
Ben je niet goed snik?
De maan een koe?
Met een roze uier misschien
en een staart om
naar de sterren te slaan?
Of naar je te zwaaien
als je voor het raam gaat staan?
Ja! Zoiets!
Een maan die eruit ziet als een koe
en ’s avonds zachtjes naar je roept:
Boe
en doe nu maar je oogjes toe…

(bron: Visjes in mijn hoofd/De Eenhoorn)