Tagarchief: Bart Moeyaert

Ik wou dat ik papier was (Phil Mandelbaum)

Standaard

 

Ik wou ik wou dat ik papier was.
Ik wens mezelf van dik karton.
Ik wou ik wou dat ik je boek was.
Ik wou dat je me lezen kon.
Ik wou ik wou dat ik een kaft had.
Ik wens mezelf een sprookje groot.
Ik wou ik wou dat ik je boek was.
Ik wil zo graag bij jou op schoot.

 

(Bron: Het laatste woordje zacht/Davidsfonds. Vertaling: Bart Moeyaert. Opgenomen in: Leesletters, gedichten/Uitgeverij de Inktvis)

In het bos, daar woont een fee (Phil Mandelbaum)

Standaard

In het bos, daar woont een fee
vlak bij een kikkerplas.
Er dansen elfjes om haar heen,
met stemmetjes van glas.
Ik weet dat je me niet gelooft.
Je wilt het eerst eens zien.
Maar het bos zit in mijn hoofd,
een fee, een elf of tien.

(Bron: Het laatste woordje zacht/Davidsfonds Infodok. Bewerking Bart Moeyaert)

eerste lezers (Bart Moeyaert)

Standaard

met opa naar zaal een.
hij heeft een stok.
ik geen.
hij wijst mij aan,
buigt naar me toe
en zegt: hier is het oud.
zo oud als jij
maar dan maal tien
ik zeg: dat wil ik zien.

met opa naar zaal twee.
hij koopt een boek.
ik niet.
het boek gaat over toen.
nu loopt u krom, zeg ik.
wat gaat u daaraan doen?
hij toont zijn hand en zegt:
zoek mij een boek van nu.
dan loop ik wel weer recht.

met opa in zaal drie.
hij wil een stoel,
ik wil een knie.
van hem krijg ik zijn schoot
en ook het boek van aap roos vis.
ik zeg: dat ken ik al.
hij zegt: dat kan geen kwaad
nu heb je wat je weet
en weet je waar het staat.

met opa naar zaal vier.
hij raakt mij kwijt.
ik hem.
pas na een uur
komt het weer goed.
hij is erg blij en zegt:
jij boft.
kijk hier, een boek over een man
die niet vond wat hij zocht.

met opa weer naar huis.
hij leest niet snel.
ik wel.
net als de aap, de roos, de vis
snak ik naar lettergrepen.
voor je het weet
zeg ik: dit is zaal een.
blijf in mijn buurt, want dit is groot
en ik ben oud.

(Bron: Gedichten voor gelukkige mensen/Em. Querido’s Uitgeverij BV)

Pianojuf (Bart Moeyaert)

Standaard

Ik moest een berg beklimmen
voor ik zat. Dan nog verdronk
ik haast. De juf droeg blauwe
tule, de piano zelf was zwart.
Ze vroeg me naar de naam van
alle delen: de hamer en de snaar,
dit zijn twee lagen vilt, dit heet
klavier, en had ik hier, nee dáár
ontdekt wat de pedalen deden
als je erbij kunt met je korte
benen (ha ha ha)? Ik zei dat ik
pas acht was. Ik wist wat hard
en zacht was en dat ik verder
alles van de blauwe juf zou leren.

(Bron: Maanbundel)

Stoet (Bart Moeyaert)

Standaard

Voorop kom ik. Mijn laarzen aan. De kleren van
een generaal. De glimlach uit een stripverhaal.
Met veren op mijn brede hoed stap ik de wereld
tegemoet. Ik kijk voortdurend om. Dat er iets
schort, merkt niemand op. Dat is juist wat er
scheelt. Op mij wordt niet gelet. Wel op wat
volgt. De wagens en de wimpels. Wat komt
lijkt altijd leuker. Het vuurwerk, de fanfare.
De kop verliest het van de staart. Terwijl ik
net zou denken: na het gekwispel is het straks
alweer voorbij. Verlang naar alles. Begin met mij.

(Bron: Maanbundel 2011/2012)

Kleur (Bart Moeyaert)

Standaard

’s Nachts mengt een man
de kleuren van morgen
in een pot waarop staat:
voor dag en dauw.
In het licht weet hij pas
of het goed is gebeurd.
Veel geel voor de zon,
veel blauw eromheen.
Soms ziet hij meteen
dat hij zich heeft vergist.
Veel grauw voor de mist
en iedereens kleren.
Dan duurt het niet lang
of de nacht is er weer.
Dan kan hij het morgen
nog eens proberen.

(Bron: Maanbundel)

Welkom (Bart Moeyaert)

Standaard

Ga dan, zegt oma op de dijk.
Ze laat mijn hand los. Dat
hadden we niet afgesproken.
Het strand ligt voor ons als
een bos waarin je kunt verloren
lopen. Bos heeft een rand.
Aan zee komt nooit een eind.
Hoor hier, zegt oma achter me.
Ze wijst de weg over mijn
schouder. Het hete en het harde
zand, de zee en verderop dan
Engeland, en wees niet bang:
vlakbij het water is een plek vrij
voor de handdoek en voor mij.

(Bron: Maanbundel)

Ach en niks (Bart Moeyaert)

Standaard

Wat wou je? Wat wil je? vroeg mama vandaag.
Ik zuchtte eens diep, en zei: ach.
Ach is erg, zei ze toen, nog veel erger dan au.
Dat ziek je niet uit in een dag.
Wat wou je? Wat wil je? vroeg mama vandaag.
Ik zuchtte nog dieper, zei: niks.
Niks is erg, zei ze toen, en je ziet ook erg bleek.
Dat ziek je niet uit in een week.
Ach en niks zijn de blues, zei mama vandaag.
Daar is ach en niks aan te doen.
Ik weet ach en niks om je beter te maken.
Ik zuchtte, zei: mama, een zoen.

(Bron: Maanbundel)

Blootsvoets (Bart Moeyaert)

Standaard

In de zomer keert het huis
binnenstebuiten. Het zand
kruipt tussen onze lakens en
de lakens tussen de struiken.
We slapen in tenten die naar
winter ruiken en de stortbui
duurt, maar bang worden we
nooit. We hebben papa die
ons over zijn schouder gooit.
Ons bed wordt korter dan
de rest. De dagen worden
ouder. We lopen blootsvoets.
Zonder schoenen zien we
niet dat onze voeten groeien.

(Bron: Seizoensbrochure 2011/2012 De Maan, Mechelen)

Goeienacht (Bart Moeyaert)

Standaard

Met mama op de bedrand
wordt de kamer lekker warm.
Ik mag nog even liggen
in de holte van haar arm.
Ze leest me een verhaal
over de maan boven een land
waar alle mensen wonen
in een nachtblauw ledikant.
Het einde – moet ik zeggen
heb ik nog nooit gehoord,
maar zacht – dat weet ik zeker,
is vast het laatste woord.

(bron: Seizoensbrochure 2011/2012 De Maan, Mechelen)

Siberië (Bart Moeyaert)

Standaard

Geef me je jas
van bont van teddyberen.
Leg je arm om me heen
en al je winterkleren.
Zoen me
tot ik warm word.
Zoen me
tot ik spin.
Trek je eigen huid dan uit,
stop mij eronder in.
Sus me met je hartslag:
wij ons wij ons wij ons.
Maak van dit veel te grote bed
een heel klein fort van dons.

(bron: Verzamel de Liefde/Querido)

Sterk (Bart Moeyaert)

Standaard

Ik dacht dat het niet kon:
dat iets wat je niet ziet
je alle dagen draagt
en sterker maakt.
Alsof je spieren krijgt
van liefde.

En kijk, het klopt:
Het hart van oma
slaat nog altijd over
als ze opa ziet.
Maar nu hij oud is en te bed,
misschien nog net de hemel haalt,
loopt oma sinds een poosje
krommer en vraagt ze vaker
om mijn arm.
Zonder hem krijgt
ze het huis niet warm
en zelfs de hond
zakt zuchtend naast de luie stoel.
Dus is het waar
dat liefde spieren geeft
en op den duur
ook vuur.

(bron: Verzamel de Liefde/Querido)