Tagarchief: Bert Deben

Een kattin (Bert Deben)

Standaard

ugly pussy




Een kattin, zo lelijk als de nacht
dronk elke avond wel een pint of acht
en tussendoor een fles jenever
ze had nochtans last van haar lever

maar als ze zuivel dronk, of water
werd het beest nooit wakker met een kater.


(Bron: http://bertdeben.blogspot.be/)

Advertenties

Mijn draakje… (Bert Deben)

Standaard

Mijn draakje wil de wereld zien
de breedte van zijn vleugeltjes
zo ver, zo wijd, zo afgelegen,
en heel lang weg van mij misschien

het kijkt doorheen het venster naar
de horizon, waar alles ooit begon
en roept dat het nog verder wil
geestdriftig springt het op en neer

ik lach, wat angstig in mijn hart
want weet dat op een keer
het huis hier veel te klein
en ik alweer alleen zal zijn…

dan springt mijn draakje op mijn schoot
en zegt: want later word ik heel erg groot!



Met een heel warm dankjewel aan Bert!

De Kikker en De Koning (Bert Deben)

Standaard

Een sprookje over onbeantwoorde liefde en een kus…

Er zat, met hele grote kaken
een kikker gans de tijd te kwaken:
“Zoen mij, zoen mij, wees niet bang !”
zo kwaakte hij zijn klaaggezang
al dagen- en al nachtenlang
zonder ophouden of staken .

En bleef men kijken naar de kikker
dan maakte hij zichzelf nog dikker
en riep naar al wie naar hem wees
“Zoen mij, zoen mij, heb geen vrees !”
maar hoe hij kwaakte ook of gilde
er was niemand die hem zoenen wilde …

Men haalde er zelfs de koning bij
de kikker pompte fier en blij
zijn kaken als pompoenen dik :
“Zoen mij, zoen mij, heb geen schrik !”

De koning luisterde een ogenblik
maar lachte schuddend toen hij zei :
“Jij lijkt mij wel de volle maan,
ik zoen jou niet, geen denken aan !”
de koning met gevolg ging heen
de kikker bleef nu gans alleen …

Hij kon geen mens of dier bekoren
hij mocht de mens zelfs niet meer storen
dus bouwde men na lange duur
rond hem, een hele dikke muur
nog hoger dan een kerktoren
maar zonder vensters, zonder deur
hieruit ontsnapte zacht gezeur :
“Zoen mij, zoen mij, heb geen angst,
ikzelf ben ’t eenzaamst nog en ’t bangst …”

In de hoop, dat men hem toch zou horen
blies hij zich op als nooit tevoren
zijn kaken als een luchtballon
en groter nog, zelfs als de zon
en toen klonk over berg en dal :

“ZOEN MIJ, ZOEN MIJ !”

en dan :

“KNAL !”

waarna de mensen heel geschrokken
met z’n allen naar de toren trokken.

Er werd gehuild, er werd gerouwd
de toren die men had gebouwd
werd steen per steen weer neergehaald
de koning, die hem had betaald
brak mee de boel af tot de grond
’t was trouwens hij ook die hem vond :
de kikker, liggend tussen ’t puin
zijn hoofdje slap, een beetje schuin.

De koning zoende hem terstond !
toen opende de kikker weer zijn mond
en riep met dikke kaken fel :

“Zeg poetste jij jouw tanden wel !?!”

Met dank aan Bert Deben!

(bron:  bertdeben.blogspot.com)

Mevrouw Professor Bernadine (Bert Deben)

Standaard

Mevrouw Professor Bernadine
die kon zichzelf heel snel verplaatsen
met een soort van teletijdmachine.
Ze ging daarmee bij voorkeur schaatsen
elke zondag in 1900 in november.

Het apparaat leek net een stoel
en werkte enkel maar op sap van gember
dat was gezond naar haar gevoel.

Het schaatsen zelf ging niet zo goed
’t was eigenlijk nooit goed gegaan
ze had een zwakke linkervoet
ze vond er ook geen donder aan.

Waarom vloog zij dan telkens weer
mevrouw professor Bernadine
die 111 jaar op en neer
met die rare teletijdmachine
als ze toch niet hield van schaats te rijden ?

Het was vanwege die jongeman
hij had met haar wat medelijden
en stopte steeds en hielp haar dan.

Ze hield niet echt van schaatsen, maar
haar opa Rietveld schaatste daar
een galante jongeman, toen nog zo klein
’t zou zelfs haar kleinzoon kunnen zijn.

(bron:  bertdeben.blogspot.com, met toestemming van de auteur)

Brombeer (Bert Deben)

Standaard

Mijn vriend wil graag een brombeer zijn
die gromt van ‘godverdomme …!’
en al wat op zijn lever ligt
dat zou hij dan verbrommen.

Maar in het echt is hij heel lief
en bovendien ook heel beleefd
zodat hij slechts in stilte gromt
wat hem nooit echt geholpen heeft.

Hij kropt het op, al dat gegrom
en wat hem raakt en wat hem stoort
en al wat hem verdrietig maakt.

Soms denkt hij dan : ‘Als ik eens brom
zo luid dat elke mens het hoort
dan gooi ik al die narigheid
tenminste overboord!’

Je hoort het als zijn denken kraakt:
dit is niet heilzaam op termijn!

Mijn vriend zou graag een brombeer zijn.

(bron:  bertdeben.blogspot.com, met toestemming van de auteur)