Tagarchief: de krekel en de mier

De krekel en de mier (Max Nord)

Standaard

Een krekel die een zomerlang
Had doorgebracht met zang,
Zag toen de winter kwam
Haar broodplank zonder boterham:
Van vlieg of worm geen bete,
Niets had zij meer te eten!
De honger ging haar plagen,
Bij buurvrouw mier liep zij te klagen,
Vroeg haar een korrel graan
Te leen om te bestaan
Tot aan het nieuw seizoen.
Mijn beesteneer, zwoer zij, ik zal het doen,
‘k Betaal u in de lente
Het kapitaal terug en ook nog rente.
Een mier leent niet zo graag:
– Die fout zal zij niet gauw begaan –
Wat hebt u van de zomer dan gedaan?
Vroeg zij de hongerige maag.
Gezongen heb ‘k voor iedereen. Ik zing!
Gezongen? Ach! Dat is mooi, nou en of!
Als u nu dan eens dansen ging…

(Bron: ongepubliceerd. Opgenomen in: Gedichten lezen/Em. Querido)

Advertenties

De krekel en de mier (Gaston Durnez)

Standaard

Jan de krekel
had een hekel
aan het werk bij zomerdag.
En hij zong maar en hij sprong maar
en vergat zijn oude dag.

Maar wat later stond zijn snater
’t was toen winter…stil en stijf.
En ’t gebeurde dat hij treurde
zonder eten in zijn lijf.

’t Werd vernomen door een vrome
mier, die hem wel lijden mocht.
En die eten ongeweten
in haar magazijnen zocht.

Hier, zo zei ze, wil niet grijnzen
heb niet langer nog verdriet.
Lafontaine en de zijnen
zijn lang dood…ze weten ’t niet.