Tagarchief: H. Haagland

De linguïstieke logika van het Nederlands (H. Hagers)

Standaard

Het meervoud van ‘slot’ is ‘sloten’,
toch is het meervoud van ‘pot’ niet ‘poten’.
Wie gisteren ging vliegen, zegt heden ‘ik vloog’,
dus zegt u misschien van wiegen: ‘ik woog’.
Nee, want ‘ik woog’ is afkomstig van ‘wegen’,
maar… is nu ‘ik voog’ een vervoeging van ‘vegen’?

En dan het woord ‘zoeken’ vervoegt men ‘ik zocht’
en dus hoort blij ‘vloeken’ dan: ‘ik vlocht’.
Alweer mis, want dit is afkomstig van ‘vlechten’,
maar ‘ik hocht’ is geen juiste vervoeging van ‘hechten’.

Bij ‘roepen’ hoort ‘riep’, maar bij ‘snoepen’ geen ‘sniep’.
Bij ‘lopen’ hoort ‘liep’ maar bij ‘kopen’ geen ‘kiep’.
en evenmin hoort bij ‘slopen’: ‘sliep’,
want dat is afkomstig van het schone woord ‘slapen’.
Maar zeg nu weer niet ‘riep’ bij het werkwoord ‘rapen’,
want dit komt van ‘roepen’ en u ziet terstond:
zo draaien we vrolijk in een kringetje rond.

U ziet, de verwarring is akelig groot.
Nog talloze voorbeelden kan ik daarvan geven,
want ‘gaf’ komt van ‘geven’, maar ‘laf’ niet van ‘leven’.
Met spreekt van ‘wij hinken, wij hebben gehonken’.
Het is:’ik weet’ en ‘ik wist’; zo vervoegt men dat,
maar schrijft u nu niet bij ‘vergeten’: ‘vergist’.
Dat is een vergissing, ja moeilijk, dat is ‘t.

Het volgend geval, dat is bijna te bont.
Bij ‘slaan’ hoort: ‘ik sloeg’, niet ‘ik sling’ of ‘ik slong’.
Bij ‘gaan’ hoort: ‘ik ging’, niet ‘ik gong’ of ‘ik gond’.
En noem tenslotte geen mannetjes-rat ‘rater’,
al gaat dat wel op bij ‘kat’ en bij ‘kater’.

(Bron: Hoogland, opgenomen in: Met gekleurde billen zou het gelukkiger leven zijn/Averbode)

Advertenties