Tagarchief: Ivo de Wijs

Yup op noren (Ivo de Wijs)

Standaard

Afijn, ik was dus op het ijs
Zie ik daar een manspersoon
Die al schaatsend in de weer is
Met zo’n losse telefoon

‘Hallo, hoe gaat het op de zaak?
Heeft Van Dijk nog opgebeld?
Is die order al de deur uit?
Zijn die stellingen besteld?’

Op de schaats én in gesprek
Wat een achterlijk gekwek
Wat een vloek, een blinde vlek
Wat een opgefokte
    doorgetripte
          dolgedraaide
                gek
Gelukkig ging-ie op z’n bek

Vandaar misschien dat ik die dag
De leipo verder niet meer zag
Ik hoorde enkel nog, héél zwak
Tuut-tuut-tuut-tuut (vanuit een wak)

(Bron: Vroege vogel/Nijgh & Van Ditmar)

Advertenties

Boeken (Ivo de Wijs)

Standaard

Het begon niet zo beangstigend in wezen
Hij was jong, een jaar of negen ongeveer
Toen hij merkte dat ie stapel was op lezen
Dus hij las, alleen hij las voortdurend méér
Toen hij elf was, had hij nog gewoon genoeg aan
Een roman per dag, hij hield ’t nog beschaafd
Maar wat later zou het minder rustig toegaan
En met achttien was ie duidelijk verslaafd

Boeken
Breng me boeken
Zonder boeken weet ik echt niet goed
Niet goed waar ik ’t zoeken moet
Ach, breng me toch een overvloed
Aan boeken

Als hij wakker werd dan greep ie Van het Reve
(…nee, die regel doen we even over…)

’s Morgens greep ie naar een werk van Van het Reve
’s Avonds las ie door tot ver na twalef uur
En het enige waarvoor ie nog kon leven
Was zijn dagelijkse shot literatuur
Hij verkocht zijn fiets, zijn kleren en zijn platen
Het was uitstel, op een zeker ogenblik
Liep hij bedelend en stelend langs de straten
Voor zijn onversneden ingenaaide kick

Boeken
Ik wil boeken
Ik wil boeken, ik wil coûte que coûte
Het boek dat uit de doeken doet
Waarom ik aldoor lezen moet
In boeken

Bleek en mager heeft ie zo een tijd gezworven
Blind op proza en belust op poëzie
Maar tenslotte is ie haveloos gestorven
Aan een overdosis encyclopedie
In het leven kun je alles overdrijven
Hij is dood, ik zeg het toch met wat verdriet
Ik dacht: Zal ik eens een boek over hem schrijven?
maar ik heb ’t maar gelaten bij ’n lied
(Zoals je ziet)

(Bron: Roltrap naar de maan/Novella)

In alle stilte (Ivo de Wijs)

Standaard

Een vriend van mij, een vriend van mij had kanker
Maar goeie vrienden laat je niet alleen
Al wist ik dikwijls niet wat ik moest zeggen
Ik ging er elke week toch even heen

In feite zou ik gister weer gegaan zijn
Dat hoefde niet meer, zei het ochtendblad
‘Gestorven, onze zoon en broer en zwager…
In stilte gecremeerd’ – en dat was dat

‘In stilte’ – jee, waarom ‘in alle stilte?’
Het was zijn ‘laatste wens’, dat stond erbij
Ik snap ’t niet, dat zou hij mij niet aandoen
Dat is gewoon gelogen volgens mij

Ik ga niet in een hoekje zitten huilen
Ik scheur ook het behang niet van de wand
Maar toch: waarom is sterven en begraven
Verbannen naar een hoekje van de krant?

Ik heb een advertentie laten zetten
Je wilt toch wàt, als afscheid, als besluit
‘Dag Jaap, ik zal je heel erg missen, Ivo’
Maar Jezus… wat zag dat er lullig uit!

Als ik ooit doodga, kom dan allemaal maar
En hou je flink of snotter, alles mag
Vooruit, laat ’t maar druk zijn en luidruchtig
Ik zorg wel voor de stilte op die dag

(bron: De Blauw Geruite Kiel/Xeno)