Tagarchief: Jac. van Hattum

Geen dag kan zo beginnen (Jac. van Hattum)

Standaard

Geen dag kan zo beginnen,
als deze dag begon;
ik kwam mijn kamer binnen
en daar was enkel zon.

De klok was staan gebleven
maar ik vroeg naar geen uur;
de tijd was opgeheven,
daar was slechts licht en duur.

En duur en licht en luister;
de winter was voorbij,
in rouwfloers sloop het duister
en vluchtte weg van mij.

De zon, op drup en perel,
viel over knop en tak,
en voor me zong een merel
op buurmans pannendak.

Geen dag kan zo beginnen,
als deze dag begon:
ik kwam mijn kamer binnen
en daar was enkel zon.

(Bron: Verzameld werk/Amsterdam)

Advertenties

’s Avonds (Jac. van Hattum)

Standaard

Weet je: als je eens ’s avonds laat
voor een open venster staat
en je ziet de sterrenpracht
aan de hoge zomernacht

-’t lijken wel onnoemlijk veel
gouden kruisjes op fluweel-
denk je: ‘O, wat ben ik klein
en hoe groot moet dàt wel zijn…’

Heel van ver komt het gedruis
van de stad nog aan het huis
en je hoort dat vader praat
met een buurman in de straat.

Meer dan ooit houd je van hem
om die warme mannenstem.
Hoor, nu slaat de voordeur dicht
en je hoort de knip van ’t licht.

Hoor, hoe hij naar binnen gaat
en nu zacht met moeder praat;
‘k weet zelf nog, hoe ‘k wakker lag:
’t was zo anders dan bij dag.

En je zag nog heel, heel lang
vreemde sprookjes op ’t behang,
tot je eindelijk, eindelijk sliep
tot mama je wakker riep.

(bron: Verzameld werk/Amsterdam)