Tagarchief: Jan van Nijlen

De jonge wolf (Jan van Nijlen)

Standaard

Kom, laat mij los, laat mij maar lopen,
ik vind de weg wel door het bos.
Mijn hart is sterk, mijn oog is open
Kom, laat mij lopen, laat mij los.

Vrees je dat ik de weg niet vind,
mijn vrijheid al te duur zal kopen?
Jij vader was ook eenmaal kind,
en toch ben jij ook weggelopen.

Kom, laat mij lopen, laat mij los.

(Bron: Verzamelde gedichten/Van Oorschot)

Advertenties

Scotch terrriër in een koffiehuis (Jan van Nijlen)

Standaard

Hij zit zoo rustig in het koffiehuis
Op ’t smalle bankje lusteloos te geeuwen,
Als een die, overal en nergens thuis,
Tevreden is, tot aan het eind der eeuwen,

Met ’t leven dat hem nimmer heeft bedrogen,
Zijn blijdschap spreekt uit ’t kwisplen van zijn staart
En gansch de vriendschap van zijn listige oogen
Groeit tot een glimlach in zijn ruigen baard.

Hij werd als ik in ’t Paradijs geschapen
in wilden staat en ligt voor zijn plezier
Thans in dit zeer voornaam café te slapen…

Een eender lot? Neen, wat men ook vertelle,
Ik ben beschaafd en dit onmondig dier
Kan voor zichzelf niet eens een glas bestellen.

(Bron: De Muze en de dieren/CPBNB)