Tagarchief: Kees Spiering

Nachtrit (Kees Spiering)

Standaard

We vertrokken laat, de maan hing hoog,
wij moesten slapen maar zagen dat bos
zwart langs onze ruiten vloog. Lampen
van andere auto’s, vaders achterhoofd.
Zijn handen bevriend met het stuur.
Groene lichtjes, rode – codes voor
snelheid, toeren, uur – in moeders oog
als zij zich zijwaarts boog.

We arriveerden vroeg, de maan hing laag,
we hadden niet geslapen, dachten we graag.
Ons dorp nog niet ontwaakt, niemand wist
dat we er waren. Nog één keer draaide vader
aan het stuur. Koplamplicht schoof langs
de muur van ons huis. “Fijn,” zei moeder,
“we zijn thuis.” De hele nacht samen
geweest. Elkaar voor de garage weer ontmoet.

(Bron: Een pijl door je maag/Bakermat)

Advertenties

Winddicht (Kees Spiering)

Standaard

Wees maar niet bang
voor de wind, al kolkt hij vannacht
rond het huis. Zoekt hij
loeiend, razend, huilend
iets wat zich niet kan verschuilen,
wat hij brullend vast kan grijpen,
los kan rukken, weg kan smijten
om zijn gierende woede te koelen.

Wees maar niet bang
voor de wind, – hij zoekt deze nacht
niet naar jou. Of het zou
moeten zijn om te vertellen
dat op een dag – misschien al gauw –
zal komen waar je al zo lang op wacht.

Wees maar niet bang
voor de wind. Beluister
zijn ruisen. Misschien
vertelt hij vannacht…

(Bron: Een pijl door je maag/Bakermat uitgevers)

Inventaris (Kees Spiering)

Standaard

Van papa en mama: zeker.
Van oma waarschijnlijk
ook, maar van opa meer.
Van oma overzee:
zou ik wel willen
maar slechts één keer per jaar
ben ik bij haar, en dat
is niet genoeg, blijkbaar.
Van m’n broer en m’n zus:
dat moet van mama.
Ooms en tantes: de meesten
wel lief, maar ook van hen?
(Wel, natuurlijk, van Oom Ben.)
Van de honden: verschrikkelijk veel.
En van jou? Ik denk het wel
maar ik weet het niet.
’t Is voor jou zo anders
dan voor anderen.
Ik weet het niet,
ik weet het wel,
ik weet het niet…

(bron: Een pijl door je maag/Bakermat)