Tagarchief: lente

Een vrouw poetst de bel en plotseling is het lente! (J. Bernlef)

Standaard

zij poetst de bel
tot rond en bol
haar hoofd nog boller
zichtbaar wordt

aan de deur een bord:
wordt niet gekocht

ze poetst
dan plotseling
houdt ze op
en luistert

6 geluidsbanden
kondigen de lente aan:

1. mussen vechten in de heg
2. in de verte gerammel van bestel
3. haar schoenen kraken
4. transistorklanken uit een raam
    maken haar 10 seconden sprakeloos gelukkig

5. een fiets snort voorbij (de spaken!)
6. iemand…

ze ziet
zich zelf
in de blinkende bel

rent de tuin in
rukt de pinda’s van het snoer

…nog vers!

(Bron: Goedemorgen, welterusten – Gedichten voor kinderen en andere volwassenen, gekozen door Kees Fens/Querido. Oorspronkelijk: Hoe wit kijkt een eskimo/Em. Querido’s Uitgeverij B.V.)

Vogeltjes (Katelijne van der Hallen)

Standaard

Vogeltjes
liefjes
zotte diertjes
waar wip je
zit je
lach en gibber je
op een takje.
Vliegensvlug
met twee
drie
allemaal
kom hier
kom hier.
Kleien liefjes
zotte diertjes
hoe sippel je
trippel je
hier en daar
en vliegt omhoog
weet ik waar!

(Bron: Kinderversjes/Den Gulden Engel)

Lente (Jac. van der Ster)

Standaard

Het weer vergadert met de wind daarbuiten.
En neemt een reeks gewichtige besluiten.
Een fris groen blaadje en een tere spruit,
Kruipen de boomschors en de aarde uit.

Het laatste ijs is nu al lang verdwenen,
Omdat de zon weer lachend heeft geschenen.
Een kikker steekt zijn kopje uit de plas,
En kwaakt een lied, alsof hij zanger was.

Er zijn al zoveel vogels bijgekomen,
Dat het wel kermis lijkt in struik en bomen.
Ze kwetteren en doen geducht hun best,
Een plaats te vinden voor een deftig nest.

De lucht is vol geheimen en vol geuren,
Alsof er straks een wonder gaat gebeuren.
Je kan het niet goed zeggen, maar je voelt,
Dat ieder blij is en het goed bedoelt.

Nu wil de boer weer in de grond gaan graven,
Nu wil het vee weer door de weide draven.
En wat het is – da’s iets wat niemand weet.
Je weet alleen maar, dat het lente heet.

(Bron: Mallemolen/Bert Bakker & Daamen)

Geen dag kan zo beginnen (Jac. van Hattum)

Standaard

Geen dag kan zo beginnen,
als deze dag begon;
ik kwam mijn kamer binnen
en daar was enkel zon.

De klok was staan gebleven
maar ik vroeg naar geen uur;
de tijd was opgeheven,
daar was slechts licht en duur.

En duur en licht en luister;
de winter was voorbij,
in rouwfloers sloop het duister
en vluchtte weg van mij.

De zon, op drup en perel,
viel over knop en tak,
en voor me zong een merel
op buurmans pannendak.

Geen dag kan zo beginnen,
als deze dag begon:
ik kwam mijn kamer binnen
en daar was enkel zon.

(Bron: Verzameld werk/Amsterdam)

Winterkleur (Bas Rompa)

Standaard

Kijk de tuin nou donker kijken.
Kale struiken, kale bomen.

Ja. De herfstwind heeft haar laatste
oude kleuren meegenomen.

Zou zij uitzien naar de lente
die vol nieuwe kleuren zit?

Nee. Die hoeft nog niet te komen.
Zij wacht op het winterwit.

(Bron: Binnenste Buiten/Holland)