Tagarchief: liefde

Love for sale (Jan de Bas)

Standaard

Hij las in een gedicht
dat liefde te vergelijken
viel met kauwgom.

In een ander gedicht
leek het op drop.
In weer een ander
op een lolly.

Hij hield niet
zo van snoepen.

Toch kocht hij bij Jamin:
een pakje liefde,
een onsje liefde
en een hele grote liefde.

(Bron: Het vogeltje&het gevoel/Inholland, Hogeschool Rotterdam, Merweboek)

Advertenties

Mag ik je even voelen? (Geert de Kockere)

Standaard

Mag ik je even voelen?
Met mijn handen naar je kijken
en door je haren woelen?

Mag ik met mijn vingers
over je neus en langs je wangen,
jouw gezicht voor altijd
in mijn handen vangen?

Ik doe je heus geen pijn,
het is raar, maar ’t went,
wil alleen maar zien,
van oor tot oor,
hoe mooi je bent.

(Bron: https://www.facebook.com/geertdekockere?ref=stream)

Als je ’t maar weet (Marc de Bel)

Standaard

een rups heeft meer dan 2000 spieren,
thee van duizendblad is goed voor de nieren,
de Dode Zee is 7 keer zouter dan de oceaan,
de Apollo 12 landde op de maan,
de tonijn behoort tot de familie van de makrelen,
in Griekenland ontstonden de Olympische Spelen,
Boedapest ligt aan de Donau,
en ik, ik hou van jou.

onze hersenen bestaan voor 80 procent uit water,
een mannetjeskat is een kater,
in 1945 viel de eerste atoombom,
bananen zijn wel degelijk krom,
de Friezen noemen een meeuw een knau,
en ik, ik hou van jou.

er zijn 72 letters in het Cambodjaanse alfabet,
neanderthalers sliepen niet op een waterbed,
een troepiaal leeft op Curaçao,
en ik, ik hou van jou.

schildpadden hebben geen haar op hun tanden,
Leonardo da Vinci liep graag op zijn handen,
ijsberen hebben zelden last van de kou,
en ik, ik hou van jou.

en ik, ik hou van jou,
ik hou van jou.

Zo lief… (Riet Wille)

Standaard

– zoen zoen zoen,
doet de bij.
– dat is fout,
lacht de dar.
(dat is de man van de bij)
een bij zoemt zoem zoem zoem.
wat doe jij nou?
– maar ik hou van jou,
zo zucht de bij.
dus zoem ik zoen zoen zoen.
ik kan er niets aan doen.

(Bron: Wie dit leest wordt een beest/De Eenhoorn)

Eerste liefde (Michel van der Plas)

Standaard

Zeventien. – ’s Avonds viel voor ’t eerst een ster
voor je venster in drie wensen uiteen:
schittertranen op een wereld van steen.
Maak me mooi. Laat me beven. Breng me ver.

En de dagen werden opeens een strand
om blootsvoets op te dans. Nergens kon
een rok wijder staan dan jouw horizon,
en de appel zon trilde in je hand.

Maar je stelde de beet wervelend uit
voor het reiken naar lucht, vluchten van grond.

Ogen had je en benen; nog geen mond.
Adem was je en dorst; nog geen besluit.

De zee en één duin maar hebben je zien
uitduizelen: vogelvrij zeventien.

(Bron: Korte metten/Elsevier-Manteau)

Zo lief (Ruud Osborne)

Standaard

zo lief als je truien draagt
die je ooit aan mij hebt gegeven
als je het mij vraagt
waren ze liever bij jou gebleven

zo lief als je op gympen loopt
die mijn voeten hebben gedragen
zo los als je de veters knoopt
bij jou hoor ik ze nooit klagen

zo lief als je met de pen schrijft
die mij heeft leren spellen
het alfabet dat in de inkt drijft
heeft jou veel meer te vertellen

zo lief als jij mij ’s nachts ophaalt
mij binnenlaat in je dromen
je zegt: wees niet bang dat je verdwaalt
roep maar als je terug wilt komen

(bron: Ik zeg je de kleinste liefde/Hasselt)

Inventaris (Kees Spiering)

Standaard

Van papa en mama: zeker.
Van oma waarschijnlijk
ook, maar van opa meer.
Van oma overzee:
zou ik wel willen
maar slechts één keer per jaar
ben ik bij haar, en dat
is niet genoeg, blijkbaar.
Van m’n broer en m’n zus:
dat moet van mama.
Ooms en tantes: de meesten
wel lief, maar ook van hen?
(Wel, natuurlijk, van Oom Ben.)
Van de honden: verschrikkelijk veel.
En van jou? Ik denk het wel
maar ik weet het niet.
’t Is voor jou zo anders
dan voor anderen.
Ik weet het niet,
ik weet het wel,
ik weet het niet…

(bron: Een pijl door je maag/Bakermat)

De Kikker en De Koning (Bert Deben)

Standaard

Een sprookje over onbeantwoorde liefde en een kus…

Er zat, met hele grote kaken
een kikker gans de tijd te kwaken:
“Zoen mij, zoen mij, wees niet bang !”
zo kwaakte hij zijn klaaggezang
al dagen- en al nachtenlang
zonder ophouden of staken .

En bleef men kijken naar de kikker
dan maakte hij zichzelf nog dikker
en riep naar al wie naar hem wees
“Zoen mij, zoen mij, heb geen vrees !”
maar hoe hij kwaakte ook of gilde
er was niemand die hem zoenen wilde …

Men haalde er zelfs de koning bij
de kikker pompte fier en blij
zijn kaken als pompoenen dik :
“Zoen mij, zoen mij, heb geen schrik !”

De koning luisterde een ogenblik
maar lachte schuddend toen hij zei :
“Jij lijkt mij wel de volle maan,
ik zoen jou niet, geen denken aan !”
de koning met gevolg ging heen
de kikker bleef nu gans alleen …

Hij kon geen mens of dier bekoren
hij mocht de mens zelfs niet meer storen
dus bouwde men na lange duur
rond hem, een hele dikke muur
nog hoger dan een kerktoren
maar zonder vensters, zonder deur
hieruit ontsnapte zacht gezeur :
“Zoen mij, zoen mij, heb geen angst,
ikzelf ben ’t eenzaamst nog en ’t bangst …”

In de hoop, dat men hem toch zou horen
blies hij zich op als nooit tevoren
zijn kaken als een luchtballon
en groter nog, zelfs als de zon
en toen klonk over berg en dal :

“ZOEN MIJ, ZOEN MIJ !”

en dan :

“KNAL !”

waarna de mensen heel geschrokken
met z’n allen naar de toren trokken.

Er werd gehuild, er werd gerouwd
de toren die men had gebouwd
werd steen per steen weer neergehaald
de koning, die hem had betaald
brak mee de boel af tot de grond
’t was trouwens hij ook die hem vond :
de kikker, liggend tussen ’t puin
zijn hoofdje slap, een beetje schuin.

De koning zoende hem terstond !
toen opende de kikker weer zijn mond
en riep met dikke kaken fel :

“Zeg poetste jij jouw tanden wel !?!”

Met dank aan Bert Deben!

(bron:  bertdeben.blogspot.com)

Brombeer (Bert Deben)

Standaard

Mijn vriend wil graag een brombeer zijn
die gromt van ‘godverdomme …!’
en al wat op zijn lever ligt
dat zou hij dan verbrommen.

Maar in het echt is hij heel lief
en bovendien ook heel beleefd
zodat hij slechts in stilte gromt
wat hem nooit echt geholpen heeft.

Hij kropt het op, al dat gegrom
en wat hem raakt en wat hem stoort
en al wat hem verdrietig maakt.

Soms denkt hij dan : ‘Als ik eens brom
zo luid dat elke mens het hoort
dan gooi ik al die narigheid
tenminste overboord!’

Je hoort het als zijn denken kraakt:
dit is niet heilzaam op termijn!

Mijn vriend zou graag een brombeer zijn.

(bron:  bertdeben.blogspot.com, met toestemming van de auteur)

Verliefd (André Sollie)

Standaard

‘k Had gedacht dat ik… hoe heet dat?
Dat het me wat meer zou doen.
Dat ik nachten niet zou slapen
na die allereerste zoen.

En mijn hoofd niet naar studeren,
niet meer eten ook, afijn:
louter leven van de liefde,
rozegeur en maneschijn.

Maar ik voel echt niks bijzonders,
beide voeten op de grond.
’t Zal vast reuze abnormaal zijn,
‘k ben misschien niet eens gezond!

’t Zou natuurlijk ook nog kunnen
– daarop houden we ’t dan maar –
dat dat meisje wel op mij viel
en ik (sorry) niet op haar.

(bron: Soms, dan heb ik flink de pest in/Houtekiet)

Siberië (Bart Moeyaert)

Standaard

Geef me je jas
van bont van teddyberen.
Leg je arm om me heen
en al je winterkleren.
Zoen me
tot ik warm word.
Zoen me
tot ik spin.
Trek je eigen huid dan uit,
stop mij eronder in.
Sus me met je hartslag:
wij ons wij ons wij ons.
Maak van dit veel te grote bed
een heel klein fort van dons.

(bron: Verzamel de Liefde/Querido)