Tagarchief: Ron Schröder

De goudvis (Marianne Busser & Ron Schröder)

Standaard

Er zwom een kleine goudvis in een kom
hij zat zich daar al jaren te vervelen
hij had geen vriendje om eens mee te spelen
en zwom al zuchtend steeds een eindje om

Maar op een morgen nam hij een besluit
hij zwom en zwom en kreeg een aardig vaartje
en met een laatste zwieper van zijn staartje
sprong hij gewoon zijn glazen wereld uit

Hij kronkelde langs keuken en wc
hij vond het wel wat koud zo in zijn blootje
hij spartelde de tuin door naar een slootje
en via een kanaal vond hij de zee

Nu is hij bij zijn vriendjes in de zee
zo af en toe zwemt hij nog wel een rondje
of blaast hij kleine bellen met zijn mondje
maar heimwee naar die glazen kom: nou nee!

(bron: Het grote liedjesboek/Areopagus)

Advertenties

Een winkel vol boeken (Marianne Busser/Ron Schröder)

Standaard

Er kwam in een winkel vol boeken een hond
die keek even rustig het winkeltje rond
hij vroeg aan de juffrouw – zeg heeft u misschien
een boek over poesjes – dat zou ik graag zien

Natuurlijk meneer, zei de juffrouw verrast
’t staat daar op die plank – bovenaan in de kast
heeft u -vroeg de hond- ook een trapje voor mij?
Dan klim ik erop want ik kan er niet bij

Hij pakte het boek en liep daarna weer t’rug
maar keek het niet in – hield het steeds op zijn rug
toen ging hij ermee naar de juffrouw en zei:
het is een cadeautje – cadeautje voor mij

(bron: Het grote liedjesboek/Van Holkema & Warendorf

Peuterjan (Marianne Busser & Ron Schröder)

Standaard

Zeg ken je hem al deze grappige jongen
hij woont in de stad en hij heet Peuterjan
hij peutert aan armen, aan billen, aan benen
want Peuterjan peutert zoveel als hij kan
hij peutert en peutert aan haren en handen
soms peutert hij ook in zijn neus – urenlang
hij peutert met stokjes vaak tussen zijn tanden
en peutert ook graag aan zijn beertjes-behang

Hij peutert een slakje gewoon uit zijn huisje
hij peutert de wormen soms zo uit de grond
en wiebelt zijn tandje dan vindt hij dat heerlijk
die peutert hij dan in een wip uit zijn mond
hij peutert zijn broodje vaak helemaal open
en peutert aan puistjes wanneer hij ze ziet
hij peutert aan ritsen en peutert aan knopen
alleen als hij ziek is – dan peutert hij niet

(bron: Het grote liedjesboek/Van Holkema & Warendorf)