Tagarchief: school

Groenendaal (Michel van der Plas)

Standaard

Zestien. — Ik liep de poort van Hageveld
uit in de rij. Seminarist. Dat ging
op zondag zo: twee uren welgeteld
de lanen door. Het heette wandeling.

Zo kwam ik voor het eerst in Groenendaal.
Het breedste pad: wat was het op het spoor?
Ze marcheerden zo’n beetje allemaal.
Maar ik keek steeds tussen de bomen door.

Midden juni geloof ik dat het was.
Iemand zwamde over de Ilias.
Maar ’t was of daar, ver weg, een feest begon.
God, dacht ik, als ik daar nu zitten kon,
fosco drinken of zo op dat terras
tussen mooie mevrouwen in de zon.

(Bron: De oevers bekennen kleur, Verzamelde Gedichten/Anthos-Lannoo)

Advertenties

De linguïstieke logika van het Nederlands (H. Hagers)

Standaard

Het meervoud van ‘slot’ is ‘sloten’,
toch is het meervoud van ‘pot’ niet ‘poten’.
Wie gisteren ging vliegen, zegt heden ‘ik vloog’,
dus zegt u misschien van wiegen: ‘ik woog’.
Nee, want ‘ik woog’ is afkomstig van ‘wegen’,
maar… is nu ‘ik voog’ een vervoeging van ‘vegen’?

En dan het woord ‘zoeken’ vervoegt men ‘ik zocht’
en dus hoort blij ‘vloeken’ dan: ‘ik vlocht’.
Alweer mis, want dit is afkomstig van ‘vlechten’,
maar ‘ik hocht’ is geen juiste vervoeging van ‘hechten’.

Bij ‘roepen’ hoort ‘riep’, maar bij ‘snoepen’ geen ‘sniep’.
Bij ‘lopen’ hoort ‘liep’ maar bij ‘kopen’ geen ‘kiep’.
en evenmin hoort bij ‘slopen’: ‘sliep’,
want dat is afkomstig van het schone woord ‘slapen’.
Maar zeg nu weer niet ‘riep’ bij het werkwoord ‘rapen’,
want dit komt van ‘roepen’ en u ziet terstond:
zo draaien we vrolijk in een kringetje rond.

U ziet, de verwarring is akelig groot.
Nog talloze voorbeelden kan ik daarvan geven,
want ‘gaf’ komt van ‘geven’, maar ‘laf’ niet van ‘leven’.
Met spreekt van ‘wij hinken, wij hebben gehonken’.
Het is:’ik weet’ en ‘ik wist’; zo vervoegt men dat,
maar schrijft u nu niet bij ‘vergeten’: ‘vergist’.
Dat is een vergissing, ja moeilijk, dat is ‘t.

Het volgend geval, dat is bijna te bont.
Bij ‘slaan’ hoort: ‘ik sloeg’, niet ‘ik sling’ of ‘ik slong’.
Bij ‘gaan’ hoort: ‘ik ging’, niet ‘ik gong’ of ‘ik gond’.
En noem tenslotte geen mannetjes-rat ‘rater’,
al gaat dat wel op bij ‘kat’ en bij ‘kater’.

(Bron: Hoogland, opgenomen in: Met gekleurde billen zou het gelukkiger leven zijn/Averbode)

De fotograaf (Lenze L. Bouwers)

Standaard



schoolfoto




Voor de klassefoto ben ik niet bang:
het grootste deel kan ik onzichtbaar maken
door me achter ruggen op te stellen.

En waar ik alleen op kom? Een opname lang
zal ik als fotomodel iedereen vertellen
dat ik spontaan ben zonder me op te maken.

Wat zie ik daar? Die plaatjesmaker
heeft gewacht tot ik mezelf was?

Ik bestel niks. Nou ja, die met de klas,
als herinnering voor later.





Met dank aan Lenze L. Bouwers voor zijn toestemming!

(Bron: Nog één keer door die hoge gang/Prometheus. Oorspronkelijk: Verboden toegang (Broedgebied)/Van den Berg)

Nieuw schooljaar, nieuwe ijver !! (J. Willems/Zr. M. Jozefa)

Standaard

school.jpg.




              De poort staat wijd open;
              het schooljaar begint !
Fluks nadert het jeugdige volkje :
              Alleen of in groepjes,
              en vrolijk gezind;
Zo licht als het blauwige wolkje !

              Op ’t speelhof gevoelen
              de kinderen zich vrij …
Wel, hoor ze toch praten, vertellen ! …
              er komen nog moeders
              met kleuterkens bij :
Die hebben er wat mee te stellen !

              Daar rinkelt de schoolbel ! …
              ’t Getater houdt op ;
De leerlingen zoeken hun rangen
              Maar boven de stilte
              huilt menige drop !
Soms hoeft er wel eentje gevangen !

              De groteren echter,
              ze stappen gezwind
De klas in voor schrijftaak en lessen.
              Dat alles weer nieuw is,
              verrukt ieder kind;
En elk heeft nu ijver voor zessen !

              Straks komen de kindren
              na schooltijd t’rug thuis
En heel het gezin moet het weten :
              Hoe alles gegaan is,
              van draadje tot pluis …
Tot moeder vermaant : ” Nu éérst eten !! “

In mijn nieuwe jas… (Geert de Kockere)

Standaard

In mijn nieuwe jas
met mijn nieuwe tas
op mijn nieuwe fiets
fiets ik
naar mijn nieuwe klas.
En kijk,
ook de juf is nieuw,
ze is er nog maar pas.

Maar op mijn bank
zit al een oude kras.
Misschien wel
van een vorig kind,
dat hier o zo graag
nog wat gebleven was…

(Bron: Facebook)

Uitstellen (H. Bruining)

Standaard

’t Is middag. –
                            ‘k Heb mijn werk niet af,
Dat meester ons te maken gaf,
– Ik zal vanavond leren,
Dan is er tijd in overvloed
Ik kruip, wanneer het wezen moet,
      Wat later in de veren.

’t Is avond.
                            Och, wat ben ik moe,
Mijne ogen vallen bijkans toe
      En telkens moet ik gapen;
Ik doe mijn huiswerk morgenvroeg,
Dan is er vast nog tijd genoeg…
  – Wat zal ik lekker slapen!

’t Is morgen.
                            Hé! wat is ’t al laat,
‘k Hoor dat de klok halfnegen slaat,
      Het zal zó schooltijd wezen;
Was ‘k maar wat vroeger opgestaan;
Vanmiddag moet mijn werk gedaan,
    Of ik heb straf te vrezen.

’t Is middag
                            Wat is ’t kost’lijk weer!
Zó mooi as ’t nog geen enk’le keer,
    De zon schijnt door de ruiten,
De vogels zingen in het groen…
Nu moet ik al mijn werk nog doen…
  – Wat lijkt het heerlijk buiten!

Stil, komen daar mijn makkers aan?
Wel ja, die kunnen spelen gaan,
    Of wand’len, alle dagen…
Wat gaan ze doen? – O, ‘k dacht het wel,
Vlak voor mijn raam begint het spel,
    Dat is om mij te plagen.

Wat voor spel het worden zal?
Ha, kaatsen! – Sie, daar komt de bal…
    Och, wat zou ik hem raken?
Kom, rept je jongens! dat gaat goed…
Neen, misgeslagen…
                                                    En nu moet
    Ik al mijn werk nog maken.

(Bron: Gedichtjes voor kinderen III. Uit alle jaargetijden)

Laatste uur (Thera Coppens)

Standaard

Een klas vol slaap
de stem voor het bord
wordt een grijze streep
van krijt

ik denk dat ik nooit meer
met gapen stop
er hangt een zware steen
aan mijn kop
hoe heette ook weer
die dijk?

Zomerdijk, winterdijk, uiterwaarden
een geeuw duurt honderd jaren

ik heb vannacht
te lang liggen lezen
bij het licht van
mijn zaklantaarn.

(bron: Trappen om vooruit te komen/Haarlem)

Lieverd (Ted van Lieshout)

Standaard

Lieverd moet naar zijn kamer gaan.
Moeder wil even ernstig praten
met het bezoek, met de deuren dicht,
met lieverd uit de weg. Lieverd
klompt de trap voor de helft op
en dan af, sluipt naar het sleutelgat –

ik mag alles weten van mezelf, maar
wat is ongeoorloofd schoolverzuim?
Wat zijn concentratiestoornissen? –

Op tenen sluipt lieverd naar boven
Lieverd zoekt in mams slaapkamer wel
naar een geheim dat hij begrijpt

(bron: Och, ik elleboog me er wel doorheen/Leopold)

Gepest (André Sollie)

Standaard

Tegen ’t raam van de veranda
met mijn neus, mijn wangen nat.
Wéér gepest op school. Eerst Johan,
dan de hele klas zowat.

Ik was boos, wat zeg ik, woedend!
Maar ik zei niks. Kon ik maar!
En weer thuis, toen dacht ik stiekem:
Kreng! En pestkop! Leugenaar!

Ik kijk zomaar wat de tuin in.
Kouwe biefstuk op mijn bord.
Ja, hier sta ik dan, zo droevig,
dat het bijna prettig wordt.

(bron: Soms, dan heb ik flink de pest in/Houtekiet)

Leerling (Anton Korteweg)

Standaard

Iedere ochtend gaat hij trouw naar school,
door weer en wind, van kilometers ver
– moe heeft z’n brood gesmeerd, hem uitgezwaaid -.
Hij zet z’n fiets weg en haast zich gedwee
naar het lokaal. Gaat zitten. Dan ’t gebed:

Dat ze vandaag maar weer kracht-van-omhoog
ontvangen mogen en hun werk met ijver
volbrengen. Amen. Dan begint de les.

Zo gaat dat alle dagen door. Hij leert
en leert en leert, en doet goed z’n best.
En later zal hij veel verdienen en vanuit
de hoogte neerzien op het ouderlijke nest.

(bron: De stormwind van zijn hand/Athenaeum)

Tas (Remco Ekkers)

Standaard

Liep ik met mijn grote tas
alle boeken, niks vergeten
te zeulen in die nieuwe school.
Waar moest ik naar toe?

De jongens en meisjes uit de vijfde
stonden gewoon bij elkaar.
Zou ik later ook met jongens
praten en lachen en staan?

Stonden ze bij mijn fiets te vrijen
durfde ik niks te zeggen.
Wachten tot ze klaar waren
mijn zware tas op de grond.

(bron: Praten met een reiger/Leopold)