Tagarchief: seizoenen

Een vrouw poetst de bel en plotseling is het lente! (J. Bernlef)

Standaard

zij poetst de bel
tot rond en bol
haar hoofd nog boller
zichtbaar wordt

aan de deur een bord:
wordt niet gekocht

ze poetst
dan plotseling
houdt ze op
en luistert

6 geluidsbanden
kondigen de lente aan:

1. mussen vechten in de heg
2. in de verte gerammel van bestel
3. haar schoenen kraken
4. transistorklanken uit een raam
    maken haar 10 seconden sprakeloos gelukkig

5. een fiets snort voorbij (de spaken!)
6. iemand…

ze ziet
zich zelf
in de blinkende bel

rent de tuin in
rukt de pinda’s van het snoer

…nog vers!

(Bron: Goedemorgen, welterusten – Gedichten voor kinderen en andere volwassenen, gekozen door Kees Fens/Querido. Oorspronkelijk: Hoe wit kijkt een eskimo/Em. Querido’s Uitgeverij B.V.)

Het zomert (Sylvia Hubers)

Standaard

Het zomert al een beetje.
Een dag in november
een grote stralende zon
heel veel zingende vogels.

Het gevoel
een jurkje aan te kunnen trekken,
een heel bloot jurkje
en te flaneren
tussen meneren
met dikke jassen
aktetassen
vol met winterboterhammen
en winterpaperassen.

Ook het stiekem tonen
soms ineens
van achterstevens.

(Bron: Men zegt liefde/Fagel)

Mooi weerbericht (Jan de Bas)

Standaard

Raar idee dat je niet weet
wat je gaat schrijven tot je schrijft:
‘Raar idee etc.’, dat je niet weet
wat je gaat denken.

Dat elke gedachte een soort weer is:
het kan vriezen, het kan dooien,
waaien, stormen, nog veel meer etc…
En ondertussen denk je door,

staat het vel al aardig vol.
Buiten schijnt de zon. Ik denk
dat ik mooi weer ga spelen.
Poëzie is je eigen weerbericht schrijven.

(Bron:Ongepubliceerd. Verschenen in: De vier jaargetijden/Rainbow Essentials)

Herfst (Gil vander Heyden)

Standaard

Op de rivier
stapt de zon in een kano.
Bij zoveel licht
knijpt de dag zijn ogen dicht.

Achter de bomen
wacht de rosse avond,
knipt tussen twee droge vingers
het donker aan.

Het donker dat zonder dralen
en met één grote hap
alle kleuren opeet.

(Bron: Kleine stemmen/Clavis)

In zomers (Leendert Witvliet)

Standaard

Die avonden, als het nog niet donker was
maar wel al stil zoals
het alleen maar op zo’n zomeravond kan
met veel vogelgezang,

en als we dan de tennisbal gooiden
om beurten, steeds hoger tegen de toren
waar zo hoog al wat donker om hing

die avonden, lachende zomer,
als vaders en moeders
verstandig stonden te praten
in de tuinen, ernstig, geheim
licht lag tussen de violen.

We vingen de bal die terugkwam
vlak bij de wijzers was hij geweest
en grappen gingen we maken
dat wisten we zeker,

die avonden dat witte wijzers
over de zeeblauwe plaat schoven
en klokgelui ging golven
over de velden en daken

als het nog niet donker was
maar wel al stil.

(Bron: Misschien heet ze niet Suzan/Bert Bakker)

Winterdorp (Drs. P)

Standaard

Het is een dorp
Niet ver van hier
Een boerendorp
Aan een rivier
Het is niet groot
En vrij obscuur
Maar ’t heeft een naam
En een bestuur
Er is een school
Een harmonie
Een bankfiliaal
Een kerk of drie
Een communist
Een zonderling
En zelfs een zang-
vereniging

Nu is ’t er stil
’t Is wintertijd
Er heerst de griep
En knorrigheid
De dag is kort
De hemel grauw
En pas maar op
Je vat nog kou

(Bron: Tante Constance en Tante Mathilde/Nijgh & Van Ditmar)

Winterkleur (Bas Rompa)

Standaard

Kijk de tuin nou donker kijken.
Kale struiken, kale bomen.

Ja. De herfstwind heeft haar laatste
oude kleuren meegenomen.

Zou zij uitzien naar de lente
die vol nieuwe kleuren zit?

Nee. Die hoeft nog niet te komen.
Zij wacht op het winterwit.

(Bron: Binnenste Buiten/Holland)