Tagarchief: slapen

Liedjes voor de kleine Lucie II (Anton van Duinkerken)

Standaard

Zing in de bomen, wind,
zomerse dromenkind,
’t lied van de nacht
zacht – zacht –

Zacht nadert duisternis
heimvolle fluisternis
dringt tot ons door
hoor – hoor –

Hoor je, m’n kindje, niet
’t wiegende windelied
hoog in de boom:
droom – droom –

Droom van verblijdenis,
weet niet wat lijden is.
Zacht zegt de wind:
kind – kind –

Kind, slaap onschuldig maar
ik ongeduldig naar
dageraads schemering
zing – zing –

(Bron: Het Lyrisch Labyrinth/De Gemeenschap)

Het bedje dat rijden kan (Annie M.G. Schmidt)

Standaard

Wat zeg je d’r van?
Jan heeft een bedje dat rijden kan.
Iedere nacht, in z’n witte hansop
zit hij rechtop en
hij drukt op een knop en
hij zegt nog gedag tegen ’t schaap op ’t behang
en dan rijdt het bedje al over de gang.
En het gaat
op de straat.
’t Is al donker en laat.
En zo fijn,
over ’t plein
waar verkeerslichten zijn.
En dan toet! Op de rijweg, jawel, jawel!
Het bedje gaat snel! Zo verschrikkelijk snel!
Daar is een auto,
                een bromfiets,
                een truck…
De weg is zo druk, zo verschrikkelijk druk!
Hij rijdt naar Milaan
en meteen weer terug.
In één ruk terug naar z’n kamertje toe
en dan is Jan moe.
Dan zegt hij nog even hallo tegen ’t schaap,
en dan valt ie in slaap.
En ’s morgens zegt mam: Ben je ver weg gegaan?
En Jan zegt: Gewoon, heel gewoon, tot Milaan.

(Bron: Als vogeltjes gaan slapen…/Zwijsen)

In the Dark (A. A. Milne)

Standaard

milnedark2




I’ve had my supper,
And had my supper,
And HAD my supper and all;
I’ve heard the story
of Cinderella,
And how she went to the ball;
I’ve cleaned my teeth,
And I’ve said my prayers,
And I’ve cleaned and said them right;
And they’ve all of them been
And kissed me lots,
They’ve all of them said, “Good-Night.”

So — here I am in the dark alone,
There’s nobody here to see;
I think to myself,
I play to myself,
And nobody knows what I say to myself;
Here I am in the dark alone,
What is it going to be?
I can think whatever I like to think,
I can play whatever I like to play,
I can laugh whatever I like to laugh,
There’s nobody here but me.

I’m talking to a rabbit…
I’m talking to the sun…
I think I am a hundred —
I’m one…
I’m lying in the forest…
I’m lying in a cave…
I’m talking to a Dragon…
I’m BRAVE.
I’m lying on my left side…
I’m lying on my right side…
I’ll play a lot tomorrow…
………..
I’ll think a lot tomorrow…
………..
I’ll laugh…
a lot…
tomorrow…
(Heigh-ho!)
Good-night.

(Bron: Now we are six. Winnie the Pooh, The Complete Collection of Stories and Poems/Methuen)

Akkefietje (Miep Diekman)

Standaard

Akkefietje,
zanikpietje
trek toch niet zo’n boos gezicht!
’t Helpt niets om zo kwaad te kijken
want de koektrommel blijft dicht.

Akkefietje,
vergeetmenietje,
kijk eens even naar de klok!
Eigenlijk moest jij al slapen,
alle kippen zijn op stok

en de muizen in hun nis
en de groene hagedis
en de rooie karekiet
gapen zó.
                Zie je dat niet?

Morgen is er weer een dag
waarop alles, alles mag.

(Bron: Een liedje voor een cent/Leopold)

Ik droom (Wim van de Woestijne)

Standaard

Ik droom wel eens
dat ik vliegen kan,
of een heel mooi
doelpunt zet.

Ik droom wel eens
dat ik heel diep val,
van boven van de flat,
er komt geen einde aan.
Als ik wakker word,
lig ik omgekeerd in bed.

Ik droom wel eens heel eng,
over heksen en beesten,
die ik niet ken;
ze komen achter mij aan,
ik kan me niet bewegen,
blijf stokstijf staan,
ze komen dichterbij.
Net voor de wekker gaat,
grijpen ze mij.

Ik droom ook wel eens,
dat ik de meester ben,
en eindelijk alle sommen ken.

(Bron: Ik droom/Lelystad)

Zomeravond (Annie M.G. Schmidt)

Standaard

Ik lig al in bed,
maar de zon is nog op
en de merel is zó hard aan ’t fluiten!
Ik lig al in bed
met de beer en de pop
en verder is iedereen buiten.
De radio speelt
in de kamer benee
of is het hiernaast bij de bakker?
Nou hoor ik een kraan.
O, ze zetten weer thee
en ik ben nog zo vreselijk wakker.

Ik lig al in bed
en ik mag er niet uit,
want de klok heeft al zeven geslagen.
Ik wil een stuk koek
en een halve beschuit,
maar ik durf er niet meer om te vragen.

Ik lig al in bed
en ik speel met mijn teen
en de zon is nog altijd aan ’t schijnen.
En ik vind het gemeen
dat ik nou alleen
in mijn bed lig, met dichte gordijnen.

(Bron: Als vogeltjes gaan slapen, Leesleeuw voor kleuters/Zwijsen)