Tagarchief: verliefd

Liefdesblaasbrief (Marc de Bel)

Standaard

ik ben verliefd
op jou,
maar durf het je niet te vertellen
en blaas
in blinkende zeepbellen
de letters van je naam
door jouw open raam.

gedreven door de wind,
blaas ik zo
hele zinnen
je kamer binnen:
‘ook als er af en toe
een letter openspat,
blijf jij mijn allerliefste sch…’

verdikke zeg,
dat is pech,
mijn zeepsop
is op.

(Bron: I love you so muts! Liefdesgedichten voor plukrijpe tieners)

Twee nachten (Hans Hagen)

Standaard

als alle mensen op de wereld
echt allemaal en tegelijk
dezelfde kant op lopen
tolt de aarde dan
iets sneller rond
en mijn hoofd wat minder
ik wil dat graag
omdat ik veel te lang moet wachten
tot ik je overmorgen weer zal zien
ik weet
twee nachten duurt twee nachten
maar het lijken er wel tien

(Bron: Maar jij/Querido)

Brief (Johan Ghysels)

Standaard

Ik was die jongen van die mooie brieven;
Of misschien vond je mij die mooie jongen
van die brieven, ik weet het niet. We konden
niet zo goed corresponderen. De liefde

te weinig gefrankeerd. Bus te smal. Liever
geen post. Adres onbekend. Nooit verzonden.
De letters door regentranen verdrongen.
Maar we letterdiefden voort, steeds verliefder

vonden we lippen om elkaars omslagen
en luchtpostzegels te likken. Port betaald
door bestemmeling. Liggend in de dagen

als restpost: een liefdesbrief die je ophaalt,
een blinde belofte die je met trage
vingers leest, en tot snipperdagen vermaalt.

(Bron: Ik zoek een mooi woord voor jou, een handjevol liefdesgedichten/Lannoo)

Een minnestreeltje (Nicole Ledegen)

Standaard

een minnestreeltje

streelwarm en koesterarmen

even snoepen
van je huid en haar
stulp je lippen rond
dit wordt een snoetpartij

tussen een warboel benen
kruip ik tot in je veilig
okselnest

en zing voor jou
mijn weerloos lied
van minnen en van zinnen

languit bovenop je buik
liggen snateren als een eendje
liggen rollen als twee hondjes
liggen vechten als drie beertjes
ik word bijna een ram
een sfinx

tot ik voel
ebbe en vloed
vissen en zee
waarin wij deinen

zoemend voor jou
mijn weerloos lied
van zinnen en van minnen

Eerste liefde (Michel van der Plas)

Standaard

Zeventien. – ’s Avonds viel voor ’t eerst een ster
voor je venster in drie wensen uiteen:
schittertranen op een wereld van steen.
Maak me mooi. Laat me beven. Breng me ver.

En de dagen werden opeens een strand
om blootsvoets op te dans. Nergens kon
een rok wijder staan dan jouw horizon,
en de appel zon trilde in je hand.

Maar je stelde de beet wervelend uit
voor het reiken naar lucht, vluchten van grond.

Ogen had je en benen; nog geen mond.
Adem was je en dorst; nog geen besluit.

De zee en één duin maar hebben je zien
uitduizelen: vogelvrij zeventien.

(Bron: Korte metten/Elsevier-Manteau)

SMS (Edward van de Vendel)

Standaard

Kreeg in de trein jouw sms
om eventjes te melden dat
je zulk fijn kippenvel
gekregen had van te koud zwemmen.
Bye! schreef je eronder
en terwijl ik opkeek was je
alweer plonzend weggespat.
Ik reisde door per smile.

Zo lezen we al tijden onze gsm’s:
met honderdzestig tekens maar
en één verzendgebaar
blijft wat mobiel is stilstaan,
knielen wij en tikken we
voorover in elkaar.

Ik sms’te terug
hier is het droog
en warm toch al wel.
Wou nog even melden:
heb hier ook
jouw vel.

(bron: Aanhalingstekens/Querido)

Verliefdheid is sterk (Herman Brusselmans)

Standaard

Ik was twaalf jaar
en verliefd op
het mooiste meisje
van heel ons dorp.

Wij hadden nog nooit
een woord
met elkaar gesproken,

tot ik haar vroeg
of ze mijn vriendinnetje
wilde worden.

Toen ze ‘Ja, heel graag’ zei
hoorde ik dat ze heel
erg stotterde.

En meteen werd ik
ook nog ‘ns verliefd
op het meisje met
het mooiste spraakgebrek
van heel ons dorp.

(bron: Meisjes hebben grotere borsten dan jongens/Houtekiet)

Ik stond te wachten… (Geert de Kockere)

Standaard

Ik stond te wachten
op de bus.

Er kwam een bus langs.
En ik zei: ze houdt van me.
Even later
reed er weer een auto langs.
En ik zei: ze houdt niet van me.
En toen nog een auto.
En ik zei: ze houdt van me.
Enzoverder.

Toen was de bus daar.
En het laatste wat ik had gezegd,
was ‘ze houdt van me’.
En ik zei: zie je wel.

Alleen: ik kwam
drie bussen later
dan gewoonlijk thuis…

(bron: Voor elk wat liefs/De Eenhoorn)

Wij waren zestien (Jo Govaerts)

Standaard

Wij waren zestien jaar en spelden traag Aeneas’
avonturen. Over hoe winden plots opstaken
en schepen uit hun koers raakten,
over velden aan de overkant van een rivier
waar men een levend mens maar zelden toelaat,
over verlaten vrouwen, oorlogen en tweegevechten.

Wij waren zestien jaar en door vensters
van het hoge klaslokaal scheen zon.
En om vier uur stond aan de schoolpoort
de jongen die gedurfd had je te kussen.
En alles over winden die plots opstaken,
schepen die uit hun koers raakten
werd in een boekentas gestoken weggeschoven
om de armen vrij te hebben en lichthartig om hem heen te slaan.
Wij zouden elkaar nooit verlaten,
wij hadden geen oorlog om naartoe te gaan.

(bron: Apenjaren/Van Halewijck)

Verliefd (André Sollie)

Standaard

‘k Had gedacht dat ik… hoe heet dat?
Dat het me wat meer zou doen.
Dat ik nachten niet zou slapen
na die allereerste zoen.

En mijn hoofd niet naar studeren,
niet meer eten ook, afijn:
louter leven van de liefde,
rozegeur en maneschijn.

Maar ik voel echt niks bijzonders,
beide voeten op de grond.
’t Zal vast reuze abnormaal zijn,
‘k ben misschien niet eens gezond!

’t Zou natuurlijk ook nog kunnen
– daarop houden we ’t dan maar –
dat dat meisje wel op mij viel
en ik (sorry) niet op haar.

(bron: Soms, dan heb ik flink de pest in/Houtekiet)