Tagarchief: Wiel Kusters

Oma (Wiel Kusters)

Standaard

Vroeger ging ik bij mijn oma
plinten stoffen, iedere week.
Oma kon niet goed meer bukken,
bij iedere buk kreeg zij een steek.

Met een doekje om de vinger
kroop ik haar vier muren langs.
Onder de tafel, achter de stoelen
ging ik zo op stofjesvangst.

Het is nu heel wat jaren later.
Ik kruip nooit meer door een kamer.
Oma’s huis is er niet meer.
Het moest bukken voor de hamer.

(Bron: Salamanders vangen/Querido)

Advertenties

Wedstrijddroom (Wiel Kusters)

Standaard

Mag ik in jouw rolstoel rijden?
Jij eruit en ik erin?

Lekker door de gangen racen.
Ik zal doodstil blijven zitten –
jij gaat rennen als een spin.

Duw mij maar zo hard je kan,
dan verlies ik dat ik win:

ik als eerste door het lint,
jij de winnaar van die sprint.

(Bron: uit een bundel in voorbereiding, Wiel Kusters)

Salamanders vangen (Wiel Kusters)

Standaard

Samen salamanders vangen
in het beekje langs het spoor.
Treinen reden er voorbij.
Daar verstopten wij ons voor.

Struiken genoeg daar langs de helling.
In de diepte liep de beek.
In de verte stond een rookpluim
die bewoog wanneer ik keek.

Een schoorsteen stak daar in de lucht.
Een hele hoge, van de mijn.
De mijn was waar mijn vader werkte,
in de aarde, bukkend klein.

Hij was daar in een andere wereld,
een bos van steen. Water liep daar,
je had er treintjes. Zwarte varens.
Dat vond ik een beetje raar.

Was de lucht daar soms van aarde?
Kon daar wat ademt wel bestaan,
als de wind er niet kon waaien?
Nooit eens zon, maar altijd maan.

(Bron: Salamanders vangen/Querido)