Tagarchief: zeventien

Erwtjes (Annie M.G. Schmidt)

Standaard

Toen ze een meisje was van zeventien
moest ze een hele middag erwtjes doppen
op het balkon. Ze wou de teil omschoppen.
Ze was heel woest. Ze kon geen erwt meer zien.

Toen ging ze maar wat dromen, van geluk,
en dat geluk had niets van doen met erwten
maar met de Liefde en de Grote Verte.
Dat dromen hielp. Het scheelde heus een stuk.

En dat is meer dan vijftig jaar terug.
Ze is nu zeventig en heel erg fit
en altijd als ze ’s middags even zit,
mijmert ze, met een kussen in de rug,

over geluk en zo… een beetje warrig,
maar het heeft niets te maken met de Verte
en met de Liefde ook niet. Wel met erwten,
die komen altijd weer terug, halsstarrig.

Ach ja, zegt ze. Ik kan mezelf nog zien,
daar in mijn moeders huis op het balkon,
bezig met erwtjes doppen in de zon.
Dat was geluk. Toen was ik zeventien.

Advertenties

Eerste liefde (Michel van der Plas)

Standaard

Zeventien. – ’s Avonds viel voor ’t eerst een ster
voor je venster in drie wensen uiteen:
schittertranen op een wereld van steen.
Maak me mooi. Laat me beven. Breng me ver.

En de dagen werden opeens een strand
om blootsvoets op te dans. Nergens kon
een rok wijder staan dan jouw horizon,
en de appel zon trilde in je hand.

Maar je stelde de beet wervelend uit
voor het reiken naar lucht, vluchten van grond.

Ogen had je en benen; nog geen mond.
Adem was je en dorst; nog geen besluit.

De zee en één duin maar hebben je zien
uitduizelen: vogelvrij zeventien.

(Bron: Korte metten/Elsevier-Manteau)