Tagarchief: zomer

Vakantieherinnering (Fetze Pijlman)

Standaard

We zijn naar een huisje in Friesland geweest,
aan een weiland, lekker buiten,
waar je vogels kan horen fluiten:
BLIE BLIE TUU TUU BLIE TI TOE.
De supermarkt waar ik boodschappen doe,
heeft nieuwe kassa’s gekregen.
Laatst werkten ze alle negen:
BLIE BLIE TUU TUU BLIE TI TOE.

(Bron: Voor het eerst/Holland)

Zomeravond (Annie M.G. Schmidt)

Standaard

Ik lig al in bed,
maar de zon is nog op
en de merel is zó hard aan ’t fluiten!
Ik lig al in bed
met de beer en de pop
en verder is iedereen buiten.
De radio speelt
in de kamer benee
of is het hiernaast bij de bakker?
Nou hoor ik een kraan.
O, ze zetten weer thee
en ik ben nog zo vreselijk wakker.

Ik lig al in bed
en ik mag er niet uit,
want de klok heeft al zeven geslagen.
Ik wil een stuk koek
en een halve beschuit,
maar ik durf er niet meer om te vragen.

Ik lig al in bed
en ik speel met mijn teen
en de zon is nog altijd aan ’t schijnen.
En ik vind het gemeen
dat ik nou alleen
in mijn bed lig, met dichte gordijnen.

(Bron: Als vogeltjes gaan slapen, Leesleeuw voor kleuters/Zwijsen)

In zomers (Leendert Witvliet)

Standaard

Die avonden, als het nog niet donker was
maar wel al stil zoals
het alleen maar op zo’n zomeravond kan
met veel vogelgezang,

en als we dan de tennisbal gooiden
om beurten, steeds hoger tegen de toren
waar zo hoog al wat donker om hing

die avonden, lachende zomer,
als vaders en moeders
verstandig stonden te praten
in de tuinen, ernstig, geheim
licht lag tussen de violen.

We vingen de bal die terugkwam
vlak bij de wijzers was hij geweest
en grappen gingen we maken
dat wisten we zeker,

die avonden dat witte wijzers
over de zeeblauwe plaat schoven
en klokgelui ging golven
over de velden en daken

als het nog niet donker was
maar wel al stil.

(Bron: Misschien heet ze niet Suzan/Bert Bakker)

Blootsvoets (Bart Moeyaert)

Standaard

In de zomer keert het huis
binnenstebuiten. Het zand
kruipt tussen onze lakens en
de lakens tussen de struiken.
We slapen in tenten die naar
winter ruiken en de stortbui
duurt, maar bang worden we
nooit. We hebben papa die
ons over zijn schouder gooit.
Ons bed wordt korter dan
de rest. De dagen worden
ouder. We lopen blootsvoets.
Zonder schoenen zien we
niet dat onze voeten groeien.

(Bron: Seizoensbrochure 2011/2012 De Maan, Mechelen)