Maandelijks archief: mei 2012

Klas (Theo Olthuis)

Standaard

De klas is warm,
de middag lang.
We zijn hier wel,
maar onder dwang.
De meester praat
en praat maar door.
Op de muur danst
een vlekje licht,
gestuurd
door mijn horloge.

(Ergens is een heel eind weg/Amsterdam)

Advertenties

in de snack-bar (Halil Gür)

Standaard

een jongen uit Trabzon vertelde mij:
broer, vroeger aten wij met de hele familie
één kom yoghurt en één brood

wij zaten op de grond om het tafelblad geschaard

ik droeg een revolver in mijn gordel
net als mijn vader dacht ik dat wij helden waren

maar heldendom zit niet in de revolver
dat begrepen wij pas later

nu snij ik mijn gedachten
in plakjes en reepjes

als tomaten en uien
dunner en dunner

in deze hondebaan,
illegaal in Amsterdam

(bron: Wakker het vuur niet aan/De Geus)

De sterren (Han G. Hoekstra)

Standaard

Wat jij vanavond ‘ns moest doen?
Naar me kijken, ik ben een ster.
Ik ben er maar één van de tien miljoen,
en ik ben ver weg, héél ver.

Je kan me alleen zien bij helder weer,
geen wolken dus, en flink donker.
Ik sta in de buurt van de Grote Beer,
en ze zeggen dat ik mooi flonker.

Ik zal heel goed opletten of je er bent.
Ik ben wit, met een pietsje blauw.
En als jij dan zwaait als je me herkent,
dan knipoog ik naar jou.

(bron: De kikker van kudelstaart en andere versjes/Amsterdam)

Dat had je gedroomd (Karel Eykman)

Standaard

Als ik vannacht ga dromen,
zou jij er dan in voor willen komen,
in mijn dromen?

Dan ga ik vanavond vroeg naar bed
en als ik in bed jouw pet opzet,
dan droom ik dat ik jou ben
en jij mij.

Als jij vannacht gaat dromen
zou ik er dan in voor mogen komen,
in jouw dromen?

Dan ga je vanavond vroeg naar bed
en als je in bed mijn hoed opzet
dan droom je dat je mij bent
en ik jij.

Als wij vannacht gaan dromen,
zullen we dan bij elkaar gaan komen
in onze dromen?

Dan droom jij van cola en ik van koek.
Ik kom met de koek bij jou op bezoek.
Zo maken we dan samen
één partij!

Geen kind meer (Jan Boerstoel)

Standaard

Je leeft je eigen leven,
wat zij er ook van vindt,
je bent allang geen kind meer.
Je wilt erover praten,
maar niet op die manier,
je zult haar best verdriet doen,
maar niet voor je plezier.
Wat moet je nog met haar en
met haar ouderlijk gezag?
En dan opeens, dan is-ie er, die dag…

De dag waarop je moeder sterft,
de dag die je dagen
van dan af aan wat grijzer verft,
al hou je niks te klagen:
je hebt je goede vrienden nog,
die staan je ook dichtbij
en als je soms een minnaar zoekt,
dan staan ze in de rij.

Maar niemand zal meer weten
hoe je met je pop kon spelen
en niemand zal nog ooit
je vroegste vroeger met je delen.
De dag waarna je nooit meer
kwetsbaar wezen mag en klein,
de dag waarna je nooit meer kind zult zijn.

Wat al die jaren fout ging
komt dan niet meer terecht
en wat je nog wou zeggen
blijft eeuwig ongezegd:
de machteloze frasen
van je genegenheid
en dat het niet haar schuld was
en ook dat het je spijt.
De dingen die je lang niet zeggen kon
en zeggen wou
en dan zo graag nog één keer zeggen zou…

De dag waarop je moeder sterft,
dat jij wordt losgelaten
en al haar eigenschappen erft,
die jij zo in haar haatte:
de scherpe tong, de bokkenpruik,
deze zure schooljuffrouw,
die zullen ze dan binnenkort
herkennen gaan in jou.

En hoop´lijk ook de and´re kant:
de aardige, de zachte,
maar of je die hebt meegeërfd
valt nog maar af te wachten.
De dag waarna de rest
een kwestie wordt van tijd en pijn,
de dag waarna je nooit meer kind zult zijn.

Het hondengevecht (A.C.W. Staring)

Standaard

(1767 – 1840)

Bereisde Roel zag op zijn tochten
Geweldig veel! Twee Bullebijters vochten,
    Voor ’t Wijnhuis, in een kleine Poolse stad,
    Terwijl hij juist aan ’t venster zat:
‘Zulk vechten, Mensen! – – Zij verslonden
    Malkander letterlijk! Met ied’re hap, ging oor
    Of poot er áf – glad als vet er dóór!
Ons scheiden kwam te laat! wij vonden
    Het restje: -op mijn eer,
    De staarten, en niets meer.’

(bron: Gedichten. Met eene inleiding uitgegeven door Nicolaas Beets. Volksuitgave)

Spriet (Wim Burkunk)

Standaard

Er stond een grasspriet voor mijn deur.
Verdraaid: hoe dat nou kon?
Hij kwam tevoorschijn door een scheur!
Een scheur in het beton!

Maar…

De huisbaas is geweldig.
ondanks wat men soms beweert.
Hij heeft het scheurtje met cement
weer keurig dichtgesmeerd!

Dág spriet!
Dááág!

(Bron: Over de liefde en andere enge dingen/Amsterdam)

Een dag in de lente (Armand van Assche)

Standaard

Nu zit de zon
als een duif op het dak
met melk in de krop
en verte onder de vleugels.

Mijn moeder blinkt
haar gezicht in een koperen kan
en draait de zonnen rond mijn hoofd

Ik lig warm en stil in het gras
als een duivejong in het nest

Voor het eerst zie ik de haartjes
op mijn arm. Ik voel ze groeien.

(bron: Soms kietelt het/Baeckens Books)