Tagarchief: Sjoerd Kuyper

Oogstliedje uit Sha’Al (Sjoerd Kuyper)

Standaard

De zwaluw had nog zo gezegd:
‘Neem koekjes mee, neem koekjes mee.’

En ook de pad onder de heg
waarschuwde haar: ‘Neem koekjes mee.’

De sikkel in het rijpe graan
riep haar nog toe: ‘Neem koekjes mee.’

Ze is alleen met geld gegaan.

De stenen van de stadspoort
vroegen: ‘Heb je koekjes mee?’

De kinderen sprongen touwtje
en ze heeft hun lied gehoord:

‘Ik had, maar heb niet.
Had ik maar.
Moeder, zijn de koekjes klaar?
Nee is ja en ja is nee.
Ja, mijn kind,
neem ze maar mee.’

Daar lag haar oudste zoon.
De zon die glom in het geweer
vroeg voor de laatste keer;
‘Heb je wel koekjes mee?’

Haar zoon lag dood.
De tijd stond stil.

Er werd geen kinderlied gehoord.
De stenen zwegen in de poort.

En ook de pad onder de heg,
heel even heeft hij niets gezegd.

Hele even was de zwaluw stil,
heel even hing de sikkel stil.

Niet lang genoeg.
Net iets te vroeg

keerde het leven weer
in pad en zwaluw,

sikkel, graan,
de zon op de loop,

net iets te vroeg.
Stuurloos voortaan.

En zij betaalde
voor de kogels in haar zoon,

de kogels één voor één,
de kogels allemaal.

‘En koekjes?’ vroegen ze haar toen.
‘Koekjes voor de soldaten?

Bracht je voor hen geen koekjes mee?’
en zij zei: ‘Koekjes? Nee.’

En toen…? Ik zwijg nu maar.
Alleen nog dit:

Zij doodden haar
en zeven moeders op een rij.


De zwaluw heeft het hem gezegd:
‘Neem koekjes mee, neem koekjes mee.’

En ook de pad onder de heg
waarschuwde hem: ‘Neem koekjes mee.’

De sikkel in het rijpe graan
riep hem nog na: ‘Neem koekjes mee.’

Haar jongste zoon nam koekjes mee,
nam tweemaal koekjes mee.


(Bron: Zeepziederij De Adelaar/L.J. Veen)

Advertenties

Texelse kermis (Sjoerd Kuyper)

Standaard

Er is maar één manier
om werkelijk
op Texel aan te komen:

reis naar Harlingen,
neem de boot naar Vlieland,
ga van het Posthuys
over de Vlieshors
naar het Eijerlandse gat,

waadt tot je knieën door
het water – ga aan boord
van De Vriendschap,
die oude vissersboot,

kijk naar het licht
dat als een mes
tussen de wolken
door gestoken wordt,

vaar naar de vuurtoren
die je al bijna aan kunt raken,
nu je arm in deze helderheid
meer dan een halfuur lang is,

en zie rondom het schip
de visjes die als vonken
van een slijpsteen
uit het water springen.

Dit is de enige manier
om werkelijk
op Texel aan te komen.

(Bron: Het lied dat mijn moeder zong/Atlas)

Vakantieliefde (Sjoerd Kuyper)

Standaard

Ik kreeg vandaag een brief.
Dat maakte me zo blij.
Maar ’t was een korte brief:
ze houdt niet meer van mij.

Ze stuurde ook de foto
met de accordeon.
Ik lachte op die foto,
ik weet niet meer waarom.

Ik houd nog steeds van haar,
ik wil graag met haar blijven.
Maar ’t was zo’n korte brief…
Ik durf haar niet te schrijven.

Het was zo’n korte brief.
Ik tel de woorden: tien.
‘k Verbrandde haar adres.
Ik zal haar nooit meer zien.

Ik kreeg vandaag een brief:
de zomer is voorbij.
Het was zo’n korte brief:
ze houdt niet meer van mij.

(bron: Fanfare/Amsterdam)

De schrijver (Sjoerd Kuyper)

Standaard

De schrijver speelt
met zijn ogen dicht.
Als hij speelt dat het licht is,
ziet hij ook licht.
(Met z’n ogen dicht.)

Hij ligt in zijn bed
en hij denkt aan een paard.
Hij aait zacht het nekkie
en borstelt de staart.
(Van het paard.)

Hij zit in zijn stoel
en hij roert in zijn thee.
Daar ziet hij een zeilboot
en vaart lekker mee.
(Over de thee.)

Bedenkt hij een draak?
Hij ziet vuur, hij ruikt rook.
Hij wordt snel een ridder
en die wint dan nog ook.
(En ook van een spook.)

Bedenkt hij prinsesjes?
Hij zoent er drie.
Met zijn ogen dicht.
Dat heet fantasie.
(Al die kusjes. Alledrie.)

Hij speelt niet met speelgoed,
hij speelt in zijn kop.
En als het spel uit is…

dan schrijft hij het op.

(bron: Fanfare/Amsterdam)