Tagarchief: oma

Oma (Wiel Kusters)

Standaard

Vroeger ging ik bij mijn oma
plinten stoffen, iedere week.
Oma kon niet goed meer bukken,
bij iedere buk kreeg zij een steek.

Met een doekje om de vinger
kroop ik haar vier muren langs.
Onder de tafel, achter de stoelen
ging ik zo op stofjesvangst.

Het is nu heel wat jaren later.
Ik kruip nooit meer door een kamer.
Oma’s huis is er niet meer.
Het moest bukken voor de hamer.

(Bron: Salamanders vangen/Querido)

Advertenties

Welkom (Bart Moeyaert)

Standaard

Ga dan, zegt oma op de dijk.
Ze laat mijn hand los. Dat
hadden we niet afgesproken.
Het strand ligt voor ons als
een bos waarin je kunt verloren
lopen. Bos heeft een rand.
Aan zee komt nooit een eind.
Hoor hier, zegt oma achter me.
Ze wijst de weg over mijn
schouder. Het hete en het harde
zand, de zee en verderop dan
Engeland, en wees niet bang:
vlakbij het water is een plek vrij
voor de handdoek en voor mij.

(Bron: Maanbundel)

Windstil en onderste boven (Noëlla Elpers en Peter Holvoet-Hanssen)

Standaard

Vanuit de ruimte lijkt de aarde leeg
een toverbol van tranen en pannenkoekendeeg.

Spiegeltje, spiegeltje van het meer
woont grootmoe nu bij Grote Beer?

Ik spring in het rimpelloze vel van de plas
naast grootva met een zilverlint op zijn das.

Duik kopje-onder, een visje zwaait met haar vin
naar boven, zegt ze, zwemmen geeft weer zin.

(In memoriam een (groot)moeder – door Het Kapersnest = Noëlla Elpers en Peter Holvoet-Hanssen voor Gedichtendag 2007)

Met een hartelijk dank je wel aan Peter!

Inventaris (Kees Spiering)

Standaard

Van papa en mama: zeker.
Van oma waarschijnlijk
ook, maar van opa meer.
Van oma overzee:
zou ik wel willen
maar slechts één keer per jaar
ben ik bij haar, en dat
is niet genoeg, blijkbaar.
Van m’n broer en m’n zus:
dat moet van mama.
Ooms en tantes: de meesten
wel lief, maar ook van hen?
(Wel, natuurlijk, van Oom Ben.)
Van de honden: verschrikkelijk veel.
En van jou? Ik denk het wel
maar ik weet het niet.
’t Is voor jou zo anders
dan voor anderen.
Ik weet het niet,
ik weet het wel,
ik weet het niet…

(bron: Een pijl door je maag/Bakermat)

Sterk (Bart Moeyaert)

Standaard

Ik dacht dat het niet kon:
dat iets wat je niet ziet
je alle dagen draagt
en sterker maakt.
Alsof je spieren krijgt
van liefde.

En kijk, het klopt:
Het hart van oma
slaat nog altijd over
als ze opa ziet.
Maar nu hij oud is en te bed,
misschien nog net de hemel haalt,
loopt oma sinds een poosje
krommer en vraagt ze vaker
om mijn arm.
Zonder hem krijgt
ze het huis niet warm
en zelfs de hond
zakt zuchtend naast de luie stoel.
Dus is het waar
dat liefde spieren geeft
en op den duur
ook vuur.

(bron: Verzamel de Liefde/Querido)

Mijn laatste oma (Willem Wilmink)

Standaard

Nu is mijn laatste oma dood
en niemand weet hoe ik haar mis,
want ik hou me altijd groot,
net als op haar begrafenis.

Toen zei die man: “Ja, volgt u mij.”
Het was nog koud. Het was nog vroeg.
Ik zag er ook wel mensen bij,
die hadden geen verdriet genoeg.

Zondags ging ik naar oma toe
en alles mocht er op zo’n dag.
Ze werd nooit mopperig of moe,
al at ik bergen hagelslag.

Ze lachte om alles wat ik deed,
ik maakte deeg en brood en koek,
soms had ik me zo gek verkleed, o
dan deed ze’t bijna in haar broek.

Ik klom nog wel eens in haar schoot,
dan was ik zogenaamd weer klein.
Nu is mijn laatste oma dood,
nu kan ik nooit meer kleuter zijn.

Haar leuke huis blijft wel bestaan.
Het krijgt natuurlijk een nieuw behang.
Ik hoef er niet naartoe te gaan,
ook al duurt zondag nog zo lang.

Wanneer de meester in de klas
weer ‘absolute stilte’ wil,
dan denk ik hoe mijn oma was
en dan word ik vanzelf wel stil.

(bron: Kinderen voor Kinderen/VARA)