Tagarchief: Karel Eykman

Schoolkrant (Karel Eykman)

Standaard

Losse letters worden woorden
woorden worden zinnen
op lekker ruikend papier
wat ik schreef kwam waar het hoorde
het kwam onder jouw ogen
kijk maar, hier.

Mijn eigen regels gedrukt zien staan
in de schoolkrant
in echte letters met van die voetjes eraan
in de schoolkrant.
Weet ze over wie die regels gaan
in de schoolkrant
in mijn gedichtje
op bladzijde tien?
Vindt zij er wat aan?
Aan haar gezichtje
kan je ’t niet zien.

Als ze nou mijn woorden gedrukt ziet staan
in de schoolkrant
in echte letters met van die voetjes aan
in de schoolkrant.
Weet ze dan dat het op haar moet slaan
in de schoolkrant
met mijn gedichtje op bladzijde tien?
Bij de fietsenstalling kijkt ze me aan
en lacht even.
Aan haar gezichtje
is niets te zien.

Echt iets voor Paulien.

(Bron: Mijn hoofd in de wolken/De Harmonie)

Advertenties

Vleermuis (Karel Eykman)

Standaard




Om zo te kunnen kijken
door het donker op je gevoel
door de nacht gevaar ontwijken
zeilend zweven naar je doel.
Dat je zien kan, door dat te horen
wat je tevoren hebt gefloten voor je uit.
Die radar raadt dan met je oren
naar de echo van wat je fluit.
Met armen wijd door de straten scheren
dat is wat ik van hem leren wou
om rakelings blindelings terug te keren
op de tast
naar huis
naar jou.

(Bron: Dierbare plekjes/Kinderpoëzieroute MSK Gent)

Ine op station Driebergen-Zeist (Karel Eykman)

Standaard

’s Ochtends tegen achten
staat ze daar te wachten
daar op dat station Driebergen-Zeist.
Al die tijd maar trachten
om niet aan die gedachten
toe te geven, in Driebergen-Zeist.

Want als ze wilde, als ze kon
sprong ze zo van het perron
voor de trein. Dat denkt ze telkens even
is het niet beter je leven op te geven
en door een zijdeur weg te gaan?

Dat is al tijden gaande
vooral de laatste maanden
dat gevoel, daar op Driebergen-Zeist.
Ze heeft geen enkele reden
geen groot verdriet geleden.
Je ziet niets aan haar af dat daarop wijst.

Dadelijk moet ze snel zijn
dadelijk komt de sneltrein
‘Stopt niet te Driebergen-Zeist.’
Dan tript er intussen
één van die stomme mussen
doodleuk op de rails bij Zeist.

Opeens gaat ze nu gillen:
‘Hee zeg, dat zou je willen!
Ben je helemaal belazerd, jij!’
Die mus, zich rot geschrokken
was toen snel vertrokken.
Langs haar dreunt de sneltrein traag voorbij.

(Bron: Mijn hoofd in de wolken/De Harmonie)

Oud behang (Karel Eykman)

Standaard

In je kamer is je rare
oud gescheurd en vies behang.
Je lag er jaren naar te staren
in je bedje, urenlang.

Al die kreukels, door je gepeuter
al die scheuren in de muur.
Eerst als peuter, dan als kleuter
schiep je een kunstwerk op den duur.

Met jouw viltstift, jouw geklodder,
kwam er ook een soort konijn
door je sloddervos-gemodder.
Moest je muur zo’n rotzooi zijn?

En die vlek van limonade
waar jij dan een aap in ziet
waar je vader naar moet raden
maar hij ziet het lekker niet.

Al die stickers, die je later
op de gaten hebt gedaan
al die plaatjes, ach nou gaat er
nieuw behang op, ’t zal mooi staan.

Ik zal niet zeuren, het wordt keurig
ja, daar kan je van opaan.
Het staat fleurig, toch is het treurig,
dat je viltstift-konijn,
je limonade-aap
en je scheuren en stickers
nu weg zullen gaan.

(Bron: Op blote voeten door de nacht/De Harmonie)

Het vlugste of het langzaamste (Karel Eykman)

Standaard

We doen, we doen
wie het langzaamst kan fietsen.
We doen, we doen
wie het vlugst slapen kan.
We doen, we doen
wie het langzaamst kan niezen.
Zo’n wedstrijd, zo’n wedstrijd
daar hou ik wel van.
Heeft er al iemand gewonnen?
Nee, we deden zo langzaam,
’t was nog niet begonnen.

We doen, we doen
wie het langzaamst kan vallen.
We doen, we doen
wie het vlugst kijken kan.
We doen, we doen,
wie het langzaamst kan ballen.
Zo’n wedstrijd, zo’n wedstrijd,
daar hou ik wel van.
Heeft er al iemand gewonnen?
Nee, we deden zo langzaam,
’t was nog niet begonnen.

(Bron: Op blote voeten door de nacht/De Harmonie)

Dat had je gedroomd (Karel Eykman)

Standaard

Als ik vannacht ga dromen,
zou jij er dan in voor willen komen,
in mijn dromen?

Dan ga ik vanavond vroeg naar bed
en als ik in bed jouw pet opzet,
dan droom ik dat ik jou ben
en jij mij.

Als jij vannacht gaat dromen
zou ik er dan in voor mogen komen,
in jouw dromen?

Dan ga je vanavond vroeg naar bed
en als je in bed mijn hoed opzet
dan droom je dat je mij bent
en ik jij.

Als wij vannacht gaan dromen,
zullen we dan bij elkaar gaan komen
in onze dromen?

Dan droom jij van cola en ik van koek.
Ik kom met de koek bij jou op bezoek.
Zo maken we dan samen
één partij!

Vroeg wakker (Karel Eykman)

Standaard

Hoe vind je dat?
Het enige kind dat wakker was
in de hele stad, dat was ik.
De rest van de kinderen kwam later pas
maar het allereerste was ik.

Ik kon niet meer slapen
en ik ben opgestaan.
Ik keek achter het gordijn door de ramen
de straatlichten waren nog aan.

En de stoplichten op de hoek
die wilden nog niets doen.
Ze deden niet uit, ze deden niets aan
ze deden geen rood, ze deden geen groen.

Er was ook geen groot mens te zien
geen mevrouw of meneer.
Eén vogeltje zong heel hardop
want nu durfde hij veel meer.

(bron: Op blote voeten door de nacht/De Harmonie)

Doodziek katje (Karel Eykman)

Standaard

Ach schatje, ach katje,
blijf nog even leven.
Ach mijn katje, blijf er nog even bij.
Je hebt nog zoveel kopjes te geven.
Ach katje, al doe je het maar voor mij.

Doodgaan dat kan altijd nog later
doodgaan begin daar toch niet aan.
Jij in de hemel, dat is niets voor een kater.
Zo’n dikzak, en dan vleugels? Die zullen je niet staan.

Je bent bejaard, maar dat kan me niet schelen
je bent krakkemikkig, maar je bent tenminste hier.
Als jij er niet bent zal ik me zo vervelen
dus blijf nog even spinnen, toe doe me dat plezier.

Ach schatje, ach katje, blijf nog even leven.

(bron: Roltrap naar de maan/Novella)

Meisjeskamer (Karel Eykman)

Standaard

Mooier dan mooie kastelen met twaalf etages
mooier dan mooie dames in etalages
mooier dan een goud behang
met lampjes erbij
mooier dan zonsondergang
op een schilderij
is wel die kamer
die kamer van Elisabeth!
Zo eentje heb je nooit gezien
behalve die van jezelf misschien.
Een barbie-pop van vijf jaar oud
achter een kralendoos gestouwd
een lepel op het strand gevonden
een Geheim in een envelop daaronder
en daar weer onder zie je dan
een tampon, of een stuk daarvan.
Moeders Viva, Donald Duck,
Asterix
en Lucky Luke
lippenstiften, ongevulde
van die gouwe echt vergulde
en dan nog zomaar een steen
naast een sok, ’t is er maar één.
Een schelp verstopt in rood papier
drie veren in een flesje bier.
Naast een vakantiepop uit Spanje
een begin van broekspijpfranje.
Die broek is dus nog steeds niet klaar
daarom ligt hij nou juist daar.
Van de muur af aangestaard
door een poster-goser met een baard
twee foto’s in plastic lijstjes
‘De tweeling‘ een roman voor meisjes.
Op het onopgemaakte bed
is een vaasje neergezet.

(bron: De Stratemakeropzeeshow)