Maandelijks archief: juli 2012

… (Neeltje Maria Min)

Standaard

Naarmate mijn rokken
langer werden, werden
mijn hinkelbanen korter;
gelijk met mijn knieëen
verborg ik mijn poppen.

(Bron: De Gedichten/Amsterdam)

Advertenties

Zo stom…(Jan ’t Lam)

Standaard

Zo stom, het begon
met die rotknoop in mijn veter
en toen mijn rits, zat vast
wou niet meer naar beneden
bijna in mijn broek geplast
Liep onderweg ook nog
de ketting van mijn fiets,
het hele end me rot gerend
maar helemaal voor niets
Zo stom, vroeg juf waarom
ik te laat gekomen was,
geloof maar niet dat ze dat
geloven zou, dus loog ik maar
dat ‘k me verslapen had
mocht ik van haar zomaar
gaan zitten, zonder straf
kreeg zelfs een complimentje
omdat ik zo eerlijk antwoord gaf
Zo stom

(bron: Ik heb wel eens een bui/Leopold)

Middelbaar onderwijs (Driek van Wissen)

Standaard

Het mooiste meisje van de klas
verschikt onwennig bij haar schouder
een bandje van haar bustehouder;
ze draagt dat rare ding maar pas.

De meester, achter brilleglas,
ziet toe, ontroerd, en denkt: “Wat zou d’r
gebeuren als zij tien jaar ouder
en ik eens tien jaar jonger was?”

Ach, hij vergeet hoe hij verdorde
en hoe haar leven net begint.
In stilte wordt door hem bemind
de schone vrouw, die zij zal worden.

Dan praat ze wat, het lieve kind,
en streng roept hij haar tot de orde.

(Bron: Het mooiste meisje van de klas/Amsterdam)

Pardon (Annie M.G. Schmidt)

Standaard

Voor oma

Wanneer ik loop in Oldenzaal
Of Middelburg of Stadskanaal
Dan komt er altijd iemand aan
Die vraagt: Weet u de Lindelaan?
Zo iemand vraagt dan met een blik
Vol blij vertrouwen. Dan zeg ik:
Pardon, ik ben hier zelf vreemd.

En zo ontmoet ik alle dagen
Figuren die maar blijven vragen
Waar gaan wij heen met de cultuur
En waarom is de jam zo duur?
Is er nog hoop in deze tijd?
Dan moet ik zeggen, tot mijn spijt:
Pardon, ik ben hier zelf vreemd

Komt er weer oorlog? Vragen zij,
Komt er nog eens een tiende mei,
En heeft het leven dan wel zin?
Zo ja, waar zit die zin dan in?
En zijn wij op de goede weg?
Waarop ik altijd treurig zeg;

Pardon, ik ben hier zelf vreemd,
Maar om u heen zijn mensen zat
Die altijd weten hoe of wat
Zij weten waar in dit bestaan,
De weg is naar de Lindelaan

Uitverkoop in de Konijnen-Bijenkorf (Annie M.G. Schmidt)

Standaard

In de Konijnen-Bijenkorf daar is het uitverkoop.
Daar krijg je voor een prikje een konijnekussensloop.
Er zijn konijnebroekjes voor drie worteltjes het stuk
en bij de kinderwagens is het heel bijzonder druk.
Er zijn konijne-nylons, o, die worden veel gevraagd,‘konylons’ ja, ze ladderen niet, zelfs als je er aan knaagt.
Meneer Van Snuffert wil een fles met uitjes en augurken,
mevrouw Van Oren-Pokkestaart wil naar de zonnejurken.
Ze willen allemaal in de lift, de liftboy staat te gillen:
‘De derde! Schrijfbehoeften, lingerie, konijne-brillen!
De vierde! Levensmiddelen, corsetten, baby-wol!
Past op uw oren, dames, heren, ja, de lift is vol!’
Kijk daar, konijne-toffeltjes met echte vilten zolen
en een konijne-juffrouw demonstreert een rauwkostmolen:
‘U hoeft niet meer te knagen!’ zegt zij. ‘Dames! Kijkt u even!
Met deze rauwkostmolen blijft u eeuwig in het leven.’
Daar komt een dame met haar kinders, ’t zijn er vierentachtig,
ze krijgen ieder een ballon, wat vinden ze dat prachtig.
Och kijk, die twee konijntjes met hun oren in de knoop!
In de Konijnen-Bijenkorf daar is het uitverkoop!

(Bron: Het Fluitketeltje/Em. Querido)

Het kind en ik (Martinus Nijhoff)

Standaard

Ik zou een dag uit vissen,
ik voelde mij moedeloos.
Ik maakte tussen de lissen
met de hand een wak in het kroos.

Er steeg licht op van beneden
uit de zwarte spiegelgrond.
Ik zag een tuin onbetreden
en een kind dat daar stond.

Het stond aan zijn schrijftafel
te schrijven op een lei.
Het woord onder de griffel
herkende ik, was van mij.

Maar toen heeft het geschreven,
zonder haast en zonder schroom,
al wat ik van mijn leven
nog ooit te schrijven droom.

En telkens als ik even
knikte dat ik het wist,
liet hij het water beven
en het werd uitgewist.

(Bron: Nieuwe gedichten/Em. Querido)

Weet je wat (Toon Tellegen)

Standaard

Weet je wat, dacht een man
ik ga medelijden hebben met mijzelf,
een medelijden zo groot als een steen,
als een rots, als een wolkenkrabber!
En als ik eenmaal zoveel medelijden heb met mijzelf
dan ga ik mijzelf troosten.

Hij wreef zich in zijn handen,
floot een liedje,
liep door zijn kamer heen en weer.
De zon scheen door de ramen.
Dat ga ik doen, dacht hij,
en hij ging zitten
en boog zijn hoofd.

(Bron: Over liefde en over niets anders/Querido)

Cocktailparty (Annie M.G. Schmidt)

Standaard

Daar zit de vrouw van de fabrikant
met veel briljanten van voren
en ook briljanten aan haar hand
en in haar oren.

En om haar hals een parelcollier
en om haar mond verdriet.
Hij zal wel weer op reis zijn want
hij is er niet.

En al die echte stenen zijn
de schuldgevoelens van haar man,
allemaal stukjes schuldgevoel
heeft zij an.

En als hij thuiskomt krijgt ze weer
een bloedrobijn, of iets van bont,
nog meer briljanten om haar hals
meer verdriet om haar mond.

(bron: Tot hier toe/Querido)

Eerste woord (Remco Ekkers)

Standaard

Eerste woord

Mijn eerste woordd was r aa m
Het hing in de eerste klas
vlak onder het raam
Later zag ik ook d eu r.

Je kon naar buiten
dan waren de woorden weg
maar hun beeld zweefde
nog in mijn hoofd.

Ik leerde dat de letters
van het woord vrij
konden fladderen
maar deze bleven samen.

Tot ik een naam
gaf aan bijna alle
dingen in de klas.
Het raam ging open staan

(bron: Poëzieroute Leeuwarden)