Tagarchief: Geert de Kockere

Gapen, gapen… (Geert de Kockere)

Standaard

Gapen, gapen,
Duimpje moet gaan slapen.

Het handje is het bed
om Duimpje in te steken,
de vingers zijn de deken.
Vouw ze nu maar toe,
want Duimpje die is moe.

(Bron: Op mijn lippen groeit een zoen/Ambim)

Advertenties

Koud (Geert de Kockere)

Standaard

Koud was het al
toen plots de wereld verstilde.
Even hield alles op.
Het draaien, het lachen,
het razen, het rennen.

Er was alleen nog jou,
stiller dan ooit
en onbewogen
onder zoveel aandacht.

En we dachten nog,
en we zeiden nog:
Wat ligt hij daar schoon,
straks wordt hij wakker
en maakt hij een grap.

Koud was het al
toen we jou naar buiten volgden.
En we keken als nooit tevoren
naar de witte wolkjes leven,
die uit onze monden ontsnapten.

(Bron: Jariger dan wij/Pigmalion)

In mijn nieuwe jas… (Geert de Kockere)

Standaard

In mijn nieuwe jas
met mijn nieuwe tas
op mijn nieuwe fiets
fiets ik
naar mijn nieuwe klas.
En kijk,
ook de juf is nieuw,
ze is er nog maar pas.

Maar op mijn bank
zit al een oude kras.
Misschien wel
van een vorig kind,
dat hier o zo graag
nog wat gebleven was…

(Bron: Facebook)

Moederdag (Geert de Kockere)

Standaard

Dag mama,
ik heb je op een dag gekregen,
als een cadeautje bij mijn leven,
vanzelf aan mij gegeven.

Het deed een beetje pijn,
dat zei je later.
Maar je vond het fijn
en was blij.

Met mij.

Vandaag wil ik ook wat geven.
Een tekentje van leven.
Een zoen,
dat is een goed begin,
een heel klein beetje mij.
Want ook ik ben blij!

Met jou…

En wees niet bang,
het doet geen pijn dit keer.
Kijk, ik doe het weer.
En nog een keer!

Hé, jij daar (Geert de Kockere)

Standaard

Hé, jij daar,
beeld je even in
dat de maan een koe was.
Wie, ik?
Ben je mal?
Ben je gek?
Ben je niet goed snik?
De maan een koe?
Met een roze uier misschien
en een staart om
naar de sterren te slaan?
Of naar je te zwaaien
als je voor het raam gaat staan?
Ja! Zoiets!
Een maan die eruit ziet als een koe
en ’s avonds zachtjes naar je roept:
Boe
en doe nu maar je oogjes toe…

(bron: Visjes in mijn hoofd/De Eenhoorn)

Ooit…(Geert de Kockere)

Standaard

Ooit, zei Fokke,
altijd scherven,
altijd brokken,
ooit zal ik iets vinden
om al het geluk
aan vast te binden.
Aan een gouden sleutelbos
of aan een lint
van hagewinde.
Dan laat ik het nooit meer los.
En je zal wel zien,
zei Fokke,
dan maak ik
nooit meer brokken.

(Bron: Een straatje zonder eind/De Eenhoorn)

Mag ik je even voelen? (Geert de Kockere)

Standaard

Mag ik je even voelen?
Met mijn handen naar je kijken
en door je haren woelen?

Mag ik met mijn vingers
over je neus en langs je wangen,
jouw gezicht voor altijd
in mijn handen vangen?

Ik doe je heus geen pijn,
het is raar, maar ’t went,
wil alleen maar zien,
van oor tot oor,
hoe mooi je bent.

(Bron: https://www.facebook.com/geertdekockere?ref=stream)

… (Geert de Kockere)

Standaard

Ik was in een goede bui
en gaf P. een cadeautje.

Hij nam het cadeautje aan,
bekeek het met grote ogen,
woog het op z’n hand,
schudde het zachtjes
heen en weer
en legde het tenslotte
ongeopend in de kast.

Maak je het niet open?
vroeg ik verbaasd.
O nee! zei P. beslist. O nee!
Dan heb ik geen cadeautje meer!

(bron: P. en ik/De Eenhoorn)

Ik stond te wachten… (Geert de Kockere)

Standaard

Ik stond te wachten
op de bus.

Er kwam een bus langs.
En ik zei: ze houdt van me.
Even later
reed er weer een auto langs.
En ik zei: ze houdt niet van me.
En toen nog een auto.
En ik zei: ze houdt van me.
Enzoverder.

Toen was de bus daar.
En het laatste wat ik had gezegd,
was ‘ze houdt van me’.
En ik zei: zie je wel.

Alleen: ik kwam
drie bussen later
dan gewoonlijk thuis…

(bron: Voor elk wat liefs/De Eenhoorn)