Maandelijks archief: april 2013

Kleur (Bart Moeyaert)

Standaard

’s Nachts mengt een man
de kleuren van morgen
in een pot waarop staat:
voor dag en dauw.
In het licht weet hij pas
of het goed is gebeurd.
Veel geel voor de zon,
veel blauw eromheen.
Soms ziet hij meteen
dat hij zich heeft vergist.
Veel grauw voor de mist
en iedereens kleren.
Dan duurt het niet lang
of de nacht is er weer.
Dan kan hij het morgen
nog eens proberen.

(Bron: Maanbundel)

Moederdag (Geert de Kockere)

Standaard

Dag mama,
ik heb je op een dag gekregen,
als een cadeautje bij mijn leven,
vanzelf aan mij gegeven.

Het deed een beetje pijn,
dat zei je later.
Maar je vond het fijn
en was blij.

Met mij.

Vandaag wil ik ook wat geven.
Een tekentje van leven.
Een zoen,
dat is een goed begin,
een heel klein beetje mij.
Want ook ik ben blij!

Met jou…

En wees niet bang,
het doet geen pijn dit keer.
Kijk, ik doe het weer.
En nog een keer!

Echtpaar in de trein (Toon Tellegen)

Standaard

Met de allerliefste in een trein
kan aangenaam en leerzaam zijn.
De prachtig vormgegeven stoel
geeft allebei een blij gevoel.

Voor ’t verre reisdoel kant en klaar
zit ik dus tegenover haar.
De trein maakt zijn vertrouwd geluid
en zij rijdt vóór-, ik achteruit.

We zien dezelfde dingen wel,
maar ik heel traag en zij heel snel.
Zij kijkt tegen de toekomst aan,
ik zie wat is voorbijgegaan.

Zo is de huwelijkse staat:
de vrouw ziet wat gebeuren gaat,
terwijl de man die naast haar leeft
slechts merkt wat zijn beslag al heeft.

Van nieuw begin naar nieuw begin
rijdt zij de wijde toekomst in,
en ik rij het verleden uit.
En beiden aan dezelfde ruit.

(Bron: Moet worden gevreesd dat het nooit bestond? 34 nieuwe gedichten/Bert Bakker)

Hebben slakken een deurbel? (Mary Heylema)

Standaard

hebben slakken een deurbel?
heeft een mol een toilet?
dragen vissen pantoffels?
kijk jij onder je bed?

kunnen grassprieten bloeden?
past verband om de maan?
kijken kippen verdrietig?
waar komt regen vandaan?

kun je kwallensoep eten?
hebben schelpen een wang?
kan de zee opgevouwen?
is de juf wel eens bang?

kunnen baby’s al lezen?
loopt een boek altijd af?
hoeveel bladzijden zijn er?
waarom bestaat straf?

zijn mijn ogen de ramen?
is mijn vel dan de muur?
zijn mijn wimpers gordijnen?
is een zeehondje duur?

slijt je tong door te praten?
kunnen woorden ook op?
blijft mijn hoofd altijd denken?
stop!

(Bron: De dromenjager/De vier windstreken)

’s Avonds laat (Annie M.G. Schmidt)

Standaard

Wanneer het buiten donker wordt, dan komt de witte maan.
Dan worden in de huizen de gordijntjes dichtgedaan.
Dan slaapt de dikke timmerman, dan slaapt mevrouw Van Buren,
en al de kleine leeuwerikjes en de tureluren,
en al de zoete veulentjes, die slapen bij hun moeder,
en al de kleine varkentjes en ook de varkenshoeder.
Dan slaapt het witte koetje en dan slaapt het zwarte hondje.
En al de kleine kindjes men hun vinger in hun mondje
en al de kippetjes zijn zo moe, zo moe van ’t buiten spelen…
Dan komt dat gekke mannetje, dat de dromen uit moet delen.
En als het dan tien uren speelt, daarbuiten op de toren,
dan droomt de dikke timmerman van beitelen en van boren.
Mevrouw Van Buren droomt gewoon van olie en azijn
en al de veulens dromen dat ze grote paarden zijn.
en al de kleine haantjes dromen dat ze kunnen kraaien
en dat ze blauwe staarten hebben, net als papegaaien.
De kleine eendjes dromen van het kroos en van het water
en al de leeuweriken dromen zomaar, over later.
Jazeker, als het klokkenspel tien uren heeft gespeeld,
dan heeft dat gekke mannetje al zijn dromen uitgedeeld.

Nog ééntje is er over, met veel roze en veel blauw.
Als jij vanavond slapen gaat, dan is die droom voor jou.

(Bron: Als vogeltjes gaan slapen/Zwijsen)

Liefdesblaasbrief (Marc de Bel)

Standaard

ik ben verliefd
op jou,
maar durf het je niet te vertellen
en blaas
in blinkende zeepbellen
de letters van je naam
door jouw open raam.

gedreven door de wind,
blaas ik zo
hele zinnen
je kamer binnen:
‘ook als er af en toe
een letter openspat,
blijf jij mijn allerliefste sch…’

verdikke zeg,
dat is pech,
mijn zeepsop
is op.

(Bron: I love you so muts! Liefdesgedichten voor plukrijpe tieners)

Oude foto’s (Ted van Lieshout)

Standaard

Foto’s staren me aan
met mijn eigen ogen.
Een vreemde die ik heb gekend.

Een jongetje met korsten
op de knieën en dagen
die nergens zijn gebleven.
Bezigheden zonder nut.

Zal van mij zoals ik ben
alleen een afdruk blijven?
Is het waar dat kinderen
niet echt bestaan?

(Bron: Van verdriet kun je grappige hoedjes vouwen/Leoopold)

Veel trek (Daniel Billiet)

Standaard

Als ik geen trek heb in mijn bed
stelt ma een wedstrijd voor:
om het eerst naar mijn kamer.
Als ik win, stopt ze me heerlijk in.

Ik win altijd. Laatst hoorde ik pa
ma vragen: “Om het eerst naar de kamer?
Als je wint, stop ik je heerlijk in.”

Dat instoppen bleef maar duren.
En het was pas acht uur! Pa gevraagd
wie er won. Terwijl hij naar ma keek
zei hij lachend: “Wij!”

(Bron: Op de vlucht voor een landkaartje/Infodok)

Lente (Jac. van der Ster)

Standaard

Het weer vergadert met de wind daarbuiten.
En neemt een reeks gewichtige besluiten.
Een fris groen blaadje en een tere spruit,
Kruipen de boomschors en de aarde uit.

Het laatste ijs is nu al lang verdwenen,
Omdat de zon weer lachend heeft geschenen.
Een kikker steekt zijn kopje uit de plas,
En kwaakt een lied, alsof hij zanger was.

Er zijn al zoveel vogels bijgekomen,
Dat het wel kermis lijkt in struik en bomen.
Ze kwetteren en doen geducht hun best,
Een plaats te vinden voor een deftig nest.

De lucht is vol geheimen en vol geuren,
Alsof er straks een wonder gaat gebeuren.
Je kan het niet goed zeggen, maar je voelt,
Dat ieder blij is en het goed bedoelt.

Nu wil de boer weer in de grond gaan graven,
Nu wil het vee weer door de weide draven.
En wat het is – da’s iets wat niemand weet.
Je weet alleen maar, dat het lente heet.

(Bron: Mallemolen/Bert Bakker & Daamen)